Home » Blog: Het leven van een brugwup e.a.

BLOG: HET LEVEN VAN EEN BRUGWUP 

e.a.

Het leven van een brugwup

 

DEEL 24: 2e KLAS!

De brugklas van kind 1 is definitief voorbij.
De zomervakantie helaas ook. Het rooster van de 2e klas is nu bekend en

de leraren die daarbij passen eveneens.
Dit belooft een goed jaar te worden. 29 tweetalige havisten bij elkaar, met een leuke mentor. Dááág brugklas met je 31 schreeuwers, ‘gekke’ leraren en teveel uitval-uren.

 

Eén nadeeltje: Ella’s beste vriendinnen zitten in de andere klas. Gelukkig heeft ze er eentje ‘over’ en komen er vanzelf wel andere bij. In de pauzes zoeken ze elkaar vast wel gillend op.
De lessen in het Engels hebben in de vakantie hun werk gedaan; in Frankrijk heeft Ella bijna de hele dag Engels kunnen lullen. Nina, Lara, Bassie en Barney waren Britse tieners uit Portsmouth. De Nederlandse jongeren zwermden er omheen. De Franse taal is niet verder gekomen dan Bonjour, merci en putain (sorry voor die laatste).

 

Wat gebeurt er zoal in het na-de-brugklas-tijdperk?
Nou, zojuist heeft Ella haar eerste stap naar haar beugel gezet; elastiekjes tussen de tanden om ruimte te maken voor ringen.
Over twee weken krijgt ze een ‘spin’ tegen haar gehemelte. Jonge lezers kennen die vast wel. Daarna hebben we samen schoolspullen gekocht. De luiwammes wilde graag stoffen boekomslagen hebben; zo hoeft ze niet te kaften!

De agenda mocht simpel en goedkoop zijn, ‘want die wordt toch niet gebruikt’.

Ze zal in dit tweede jaar op reis gaan naar Barcelona en Engeland of Schotland.
Ze laat alles op zich afkomen. Zal ik dat dan ook maar doen?

(Het zal haar vies tegenvallen dat ze niet meer tot 12 uur kan uitslapen!)

 

Aan alle kinderen die dit schooljaar starten in de brugklas zeg ik:
Het is niet erg als je soms letterlijk of figuurlijk ‘de weg kwijt bent,’ wij deden óók maar wat.

En tegen Ella: bedankt dat ik over je mocht schrijven.

 

 

Vriendin K. verstuikte 1 dag voor vertrek haar enkel op een luchtkussen...

Het leven van een brugwup

 

DEEL 23: YORK, ENGELAND

En ze zijn vertrokken hoor, twee klassen tweetalig havo/vwo, richting Engeland.

Op eerste paasdag stonden alle ouders, broertjes en zussen verkleumd hun brugwuppen uit te zwaaien. Met luid gejoel bestegen die de bus die ze naar Rotterdam zou brengen. Medelijden met de busschauffeur en de begeleidende leerkrachten stop ik gauw weg; het is hun werk. Lekker puh.

 

Zestig schatjes met 6 leerkrachten hobbelen op dit moment door York, een prachtig stadje in Noord-Oost Engeland. Ze mogen ‘alleen maar ’ Engels spreken en dat moet geen probleem zijn met hun Oh my God, fuck, cool, chill en BFF’s.

Ze hebben geslapen op een ferry van 12 verdiepingen en daarna in een jeugdhostel. Dertig (!) uur lang hebben we niks gehoord van Ella. Niet direct van haar, maar wel óver haar; via een Facebookpagina waar een leerkracht berichten op plaatst. En via de moeder van haar vriendin die wel 3G had. Zodra ze wifi had, kwamen de volgende berichten binnen:

mamamamamamamamamaa

Ik heb wifi

In een resuarant

HET IS SUPER LEUK en we waren op het strand

En gewandeld en ik was een beetje zeeziek maar dat ging wel

Ik mis je wel maar het is TE leuk

Daarna verscheen een smakelijke foto van een prak spaghetti met mozzarella en een ‘charmante’selfie waarop ze een truitje van een ander meisje droeg.

Ik was natuurlijk erg blij en opgelucht met zo’n enthousiaste reactie vanuit Engeland.

Normaal leg ik geen telefoon naast m’n bed, maar nu natuurlijk wel.

En ja hoor, vannacht om 01.15u (!):

Hey mama

Ik heb wifi op mijn kamer

haha

En net lekker gedouched

Ik antwoordde dat ik eigenlijk al sliep en dat zij dat ook maar eens moest doen…

Oepsie

Het is bij ons pas kwart over 12 hoor

12:15 AM zegt mijn klokje supercool

Morgen pas om 08.00u ontbijt

Ik ga nu Nikki’s haren invlechten

Doeiiiii xxx

 

Vanmorgen kwam het verlossende appje, waar het haar allemaal om te doen was:

Hai mamaaaaaa

ik ga dadelijk shoppen in York!!!

Stiekem zullen ze behoorlijk wat cultuursnuiven daar in York, veel Engels spreken en vele ervaringen rijker zijn. Van mij mag Ella lekker terugkomen en lang slapen in haar eigen bedje. Maar tot die tijd gun ik haar deze reis van 6 dagen. Have a nice day!

 

 

 

'Meiden, waarom liggen jullie daar op de vloer?'

'Oh, we vielen.'

Een beetje uitgelaten na de York-info...

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 22: YORK

Deze proefwerkweek mag een feestweek genoemd worden.

Elke dag om 11 of 12 uur een of twee toets(en) maken en de rest van de dag ‘vrij’. De hoeveelheid leerwerk viel mee; zou ze het eindelijk doorhebben hoe het werkt? Ze was er in ieder geval vrij relaxed onder. Laten we de cijfers maar even afwachten.

 

Op de een-na-laatste dag van de pww begon het lenteweer. Vier meiden uit de klas vonden dat een mooie reden om naar het zwembad te gaan. Om te vieren dat de pww nog niet afgelopen was?

De dag erna werd er immers alleen nog maar een Engelse tekst getoetst, ‘waar je toch niet voor kan leren.’Dus belde Ella me blij op dat ze in het zwembad was. Ja, ze snapte dat het eigenlijk zonde van het mooie weer was, omdat ze alleen binnen mochten zwemmen. Maar het ijsje smaakte goed!

 

Wij als ouders waren eerder deze week uitgenodigd voor de informatieavond over de studiereis van onze brugwuppen. Een buitenlandse reis in de brugklas! Ik besef nu hoe bijzonder dat is, als ik leerlingen en hun ouders van andere scholen spreek.

De reis gaat naar York. Lekker Engels praten de hele dag.

Dankzij het landkaartje realiseer ik me hoe VER het is. Mijn kind gaat de zee op, help! Het feit dat ze er ontzettend veel zin in heeft, maakt het voor mij enigszins draaglijk. Tijdens de Engelse presentatie van de mentor hoor en zie ik wat de kinderen gaan doen in York. Katten tellen (ja, echt), pizza eten, naar de bioscoop, in een jeugdhostel en op de boot slapen (wie gelooft werkelijk dat er een seconde geslapen wordt?). Ze bezoeken culturele bouwwerken en een museum en gaan geocachend een National Park in. Ze mogen niet vertrekken zonder de theatergroep Phileas Fogg (Fock zoals een vriendin van Ella me liet weten) weer te ontmoeten.

 

Na de heldere uiteenzetting van de York-plannen vraag ik in de auto aan Ella waar ze het meest zin in heeft. Bij mij komen de pizza en bioscoop op als mogelijke antwoorden, maar die hou ik voor me.

Er komt geen antwoord van de achterbank en ik vraag het nog een keer:

‘Ella, York, het leukst?’

‘Ja, ik weet het, ’zegt ze plotseling, ‘ik heb het meest zin in vrij rondlopen en shoppen.’

Op naar York!

 

 

Het leven van een brugwup

DEEL 21: SPIJBELEN

Morgen begint de proefwerkweek. De derde van dit schooljaar. Ik heb het NIET gedaan; ik heb GEEN rooster met Ella gemaakt. Zij vroeg er niet om en ze ging af en toe uit zichzelf aan de slag.

Soms opperde ik dat ze maar eens ‘iets’ moest gaan doen en dan zei ze gedwee: ‘Oké mam!’ Ze wil duidelijk haar moeder pleasen. Maar ik moet ook rekening houden met de andere mogelijkheid: ze snapt nu een beetje hoe het werkt met dat leren.

 

Wat ze vooral geleerd heeft is samenvattingen maken. Dat oefenen ze op school, maar ik raad het haar ook aan. Werkt voor mij ook altijd goed. In je eigen (Engelse) woorden opschrijven wat je weten wil/moet. Ze riep blij dat een vriendin haar een samenvatting had gestuurd en ik drukte dat enthousiasme direct de kop in: Schat, alleen een éigen samenvatting helpt.

Ze heeft gemerkt dat ze wegdroomt als ze ‘alleen maar’ iets leest en dat ze alert blijft als ze meeschrijft. Halleluja!

Ik heb me dit schooljaar al geregeld afgevraagd of er wel iets te leren valt. Er zijn zóveel vakken uitgevallen (door ziekte van leraren?) en ik heb zo vaak een gefrustreerde Ella aan de telefoon gehad. Vooral omdat het dan om de eerste uren ging en ze liever nog in bed had gelegen. Vorige week belde ze weer: ‘Mam, er is 2 uur uitval en GEEN surveillance! En weet je wat? We hebben gespijbeld!’ Een oorverdovend gekakel begeleidt ons gesprekje. Opgewonden brugwupstemmen. Ze hebben iets ‘stouts’gedaan met z’n allen.

‘Mam, we hebben allemaal een broodje bij de Jumbo gekocht.’

Kakel kakel. ‘Mam, wat vind jij hier nou van?’

Mijn antwoord beviel de wuppen wel: ‘Ik snap het heel goed. Er vallen weer eens 2 uren uit en er is geen toezicht.’ Ik hoor een vriendin roepen dat háár moeder hetzelfde had gezegd.  Maar ik zei nog meer: ‘Ik ga dit in mijn blog schrijven, maar alleen als jullie vertellen welk broodje jullie hadden.’

Het gekakel ging over in gejoel, bijna onverstaanbaar. Sauzijzenbroodjes, broodjes frikandel, roze koeken en drop knalden door mijn telefoon.

 

Gisteren stuurde ik Ella naar boven om Spaans te leren. Ze ging zonder morren. Een minuut later hoorde ik haar hard zingen. Geen Spaans maar Engels lied.

‘Schat je moet Spaans leren!’ riep ik toen het even stil was.

‘Dat dóe ik ook, het ligt hier vóór me!’

 

Succes jongens en meiden deze week,

denk vooral aan de reis naar York die jullie gaan maken!

 

 

http://phileasfogg.org.uk/

 Phileas Fogg Theatre Company (on Facebook):

"Thank you Linda what an excellent group to work with ... such energy and enthusiasm. Great pic too!"

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 20: PHILEAS WATTE?

Well alright, you are Victorian children from now on. You speak only British English. That means poo instad of poop. Repeat after me: poo instead of poop! You are very poor, dirty and you are of NO importance. Welcome to the Victorian era.

 

45 Koppies van brugwuppen, met zwarte vegen besmeurd, kijken als betoverd op naar de Engelse juf. De grote groep eersteklassers van het tweetalige onderwijs pikt elke instructie direct op, alsof het Engels doodnormaal is. Dat is het ook voor ze; na een half jaar tweetalig onderwijs begrijpen ze het goed genoeg om er math, biology, history, physical education en mentor lessons in te volgen. Spreken is iets anders, maar menig wup durft dat ook al te doen.

De shits, oh my gods en fucks zaten allang in hun woordenschat.

Terug naar het Engelse toneelstuk. De Britse -interactieve- theatergroep

Phileas Fogg (what’s in a name- ik heb geen clue) bestaat vandaag uit Peter & Melanie. Twee ADHD’ers die zó snel kunnen praten en improviseren, dat het in twee uur tijd geen moment saai wordt. Het publiek kijkt en luistert mee naar de instructies die de kinderen krijgen. Voor onze eyes ontvouwt zich een prachtig Victoriaans rollenspel, met onze eigen children in de hoofdrol. Alle 45 krijgen een aandeel. Ze worden er spelenderwijs in betrokken en  elke rol lijkt hen op the body geschreven. Ik heb het even voor je opgezocht: Het Victoriaanse tijdperk van ruim 100 jaar geleden kenmerkte zich door o.a. strenge fatsoensnormen, nuchterheid en humorloosheid. Dat laatste werd gelukkig niet nagestreefd. Het werd een hilarisch stuk, waarin de kinderen als straatschoffies behandeld werden (lachen, toch?...), drollen heen en weer gegooid (mijn humor), in de handen gespuugd, rake nepklappen uitgedeeld en kinderen ingezet werden als paarden en wielen voor een koets. Mooi om te zien dat de pubermeiden even niks meer om make-up en mooie kleren gaven. Ze liepen er bij als smerig tuig en enjoyed it!

 

Na twee uur was er een volwaardig spel gespeeld, volledig in English. Ella heeft een rol als sack lady gehad (ook al had ze dat niet verstaan) die de instructie kreeg bossy te zijn. Na afloop riep ze trots:

‘Ik was lekker de baas!’ Ik moest haar helaas uit die waan helpen door te zeggen:

‘Nee schat, je moest bazig zijn.’

‘Ook goed’, zei ze.

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 19: IK GA OP VAKANTIE EN NEEM MEE…

Oké, mama zei neem je Franse boeken mee en je andere huiswerk. Ik loop naar mijn kamer en ik pak in: mijn squishies (zoek maar op wat dat zijn) en mijn make-up. Zo…klaar!

Gelukkig had ze ook kleding bij zich, dat dan weer wel. We gingen een midweek naar de Moezel in Duitsland. Jammer dat het Duits nou net niet meer in haar talenpakket zit. Ze (het kon ook haar broertje geweest zijn) vroeg wat het ergste Duitse scheldwoord is. We bedachten dat dat Arschloch misschien wel is.

Zoek dat ook maar op.

 

De sfeer was goed tijdens deze korte vakantie. Er was geen (gratis) wifi in het huisje, dus dat lieten we lekker zo. Hoera, we hadden een kind dat los was van haar telefoon! Wat een verschil was dat.

In plaats van instagrammen, what’s appen en snapchatten was ze lekker aan het tekenen, zwemmen, wandelen en haar tante aan het make-uppen. Tot het moment dat ze van haar ouders Frans moest leren en Geschiedenis maken. Toen brak de hel los. Met tegenzin en gesnauw begon ze aan haar ‘taken’.

De stemming sloeg echt direct om. Omdat ze eerst door haar weerzin heen moest zien te breken, duurde het leren/maken langer dan nodig was. Kijk eens naar de foto en zie op wat voor mooie locatie ze haar huiswerk zat te maken; hoog boven de mooie Moezel! Toen ze eenmaal vond dat ze het afhad, kon ze gelukkig weer naar het zwembad. Lekker snorkelen met haar broertje en in een kring een strandbal hooghouden met haar familie. Over een week of twee begint de volgende proefwerkweek. Zij heeft het er zelf nog niet over; moet ik een balletje opgooien om samen met haar een rooster te maken of laat ik het zo?

Ik weet het antwoord eigenlijk al. El, als je dit leest: we gaan samen een leerrooster maken.

 

Met deze vakantie hebben we het carnavalsgedruis kunnen ‘ontlopen’. Ella heeft namelijk ouders die er helemaal niet van houden. Zij moet er zelf ook niet veel van hebben, maar toen ze vernam dat haar vrienden (zij die níet op ski-vakantie waren) zich wél verkleedden en naar een feesttent gingen, moest ze toch even slikken. ‘Mam, misschien dat ik volgend jaar wel met ze mee wil, hoor!’

Ja hoor schat, dat zien we dan wel weer.

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 18: HUISWERK EN VRIENDINNEN

Zojuist vroeg Ella me haar Spaanse woordjes te overhoren.

Met goede hoop begon ik daaraan. Spaans-Nederlands en Nederlands-Spaans.

Daar ging het al mis: ‘Oeps, ik heb alleen Spaans-Nederlands geleerd.’

Ik raakte geërgerd omdat ik zo graag wil dat ze het leren zelf eens goed aanpakt.

Ze wist meer dan de helft van de woorden niet en ik heb haar naar boven gestuurd om écht te gaan leren.

 

Tien minuten later kwam ze naar beneden en begon te joggen door de huiskamer.

‘Voordat mijn rondje klaar is, moet ik alle woorden kennen,’ hijgde ze. Geen idee hoe die methode werkt trouwens. Daarna noemde ze in het Spaans de woorden op terwijl ze de voorwerpen aanwees: potlood, tafel, stift, prullenbak. Ik moet haar nageven dat ze ludieke leerstijlen heeft.

Nu ik dit schrijf, heeft madam zich weer naar de tafel in de woonkamer verplaatst. Daar wil ze Nederlands gaan maken. Daar komt nog niet veel van, aangezien ze ge-facetime-d wordt door een vriendin van school. Terwijl die vriendin muziek draait en leuke weetjes met Ella deelt, proberen ze beiden hun huiswerk te doen. Nu wordt er hard gelachen dwars door de iPad heen. De vriendin ontdekt deze blog over mijn brugwup en gilt om de leuke foto’s die ze van Ella ziet. Leuk voordeel van mijn blog: ik heb Ella’s vrienden aan het lezen gekregen! De betreffende vriendin is nu nog steeds op Facetime en ik hoor haar allerlei uitroepen doen terwijl ze mijn blog leest. ‘O echt? Kennen jouw ouders elkaar van het Stedelijk?’ Hoe lang zullen de kinderen mijn verhalen nog waarderen? Wanneer komt de genadeslag die ongeveer zó zal klinken: ‘Mam, kappen met schrijven over mij, zoek een échte hobby en bemoei je niet met mij!’

Zover is het echter nog niet.

 

Zolang ik nog getuige mag zijn van de bezigheden van Ella en haar vriendinnen, doe ik dat met veel plezier. Deze week nam ze twee stuks mee naar huis en kon ze me niet trotser maken dan om achter de piano te gaan zitten om voor hen een liedje te spelen. Ze werd(en) beloond met pannenkoeken die haar vader speciaal voor het selecte clubje had gebakken.

Ik wacht op de dag dat Ella speelt en samen met haar vriendinnen zingt. Dat ze niet letten op de irritante moeder die daar waarschijnlijk weer een verhaaltje over zal gaan schrijven.

 

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 17: HET ZWARE LEVEN VAN EEN LERAAR

Toen ik jong was (…) was ik braaf. Het brave kind dat veel vragen stelde in de klas. Vooral bij wiskunde, ik blééf maar vragen. Dat heeft mij waarschijnlijk gered in het slagen voor dat pittige vak.

Het klinkt behoorlijk nerd-achtig ja. Als tegenhanger van mijn nerd-gedrag, had ik gelukkig klasgenoten die het af en toe wat minder serieus namen.

 

De voorvallen in de klas die ik me kan herinneren, heb ik uitgebreid aan mijn kinderen verteld.

Zij kennen namelijk de personen in kwestie; het zijn de vrienden haar ouders.

Zo was daar Robin: die waagde het om tijdens de biologieles een stinkbom (!) achterin de klas te gooien. De heer Titulaer (ja, familie van!) wist niet hoe hij het had. Kos riep naar de andere kant van de klas dat zijn vriend Raymond even het potje tipp-ex moest gooien. Dat deed Raymond lekker hard, waarna het potje met wit spul open splashte tegen het raam.

Joris vond het een leuk idee om de leraar blauw bloed te geven: waarom weet ik niet, maar de leraar had wat bloed uit zijn eigen vinger geknepen (ik vond dat zielig voor hem) en het schaaltje met rode vloeistof de klas rond laten gaan. Joris had een ouderwetse vulling voor een vulpen en druppelde die leeg in het schaaltje.

Mijn buurvrouw Wendy vond mijn etui cool. Een sneaker met echte rits. Tijdens de les pakte ze al mijn pennen eruit en deed mijn etui aan haar voet. Het paste! Dat laatste riep ze per ongeluk door de klas, waarna madam zich naar de gang mocht verplaatsen. Wat denk je? Juist, MET mijn etui aan haar voet!

 

Deze verhalen doen het goed bij mijn brugwup. Haar klas steekt daar braaf bij af. Ik hoop dat ik niemand op ideeën heb gebracht. Ik hoor verhalen van Ella over de leraren waaruit ik de conclusie kan trekken dat zij al ‘gek’ genoeg zijn. Daar hoeft de klas de boel niet op te leuken.

Zo is er een leraar die tegengestelde wiskundige hoeken omschrijft als ‘kissing angles’ en daarbij als huiswerk opgaf dat kinderen dat thuis moesten oefenen (zie foto). Bij Nederlands draagt de goede man elke dag een ander paar schoenen. Lekker hip, maar hij moet het niet gek vinden dat alle koppies van de leerlingen naar beneden afgesteld staan. De lessen Geography heeft Ella bij wijze van spreken toegezongen gekregen. De leraar is een fervent zanger en laat zich graag horen op Youtube, o.a. met carnavalskrakers. Dan zijn er nog wat kenmerken en gedragingen van leraren die ik beter niet kan benoemen. Stel je voor dat zij mijn blog lezen!

 

Tot slot is er gefilmd in Ella’s klas. Haar school heeft daar een leuk promo-filmpje van gemaakt.

Het zit echt goed in elkaar. Probeer Ella maar te spotten (in het grijs).

Een bijzonder kijkje in het leven van een brugwup!

Het leven van een brugwup

 

DEEL 16: OP ‘N DAG OPEN DAG

In deel 3 van mijn blog over de brugwup schreef ik dat ik van Ella een appje kreeg waarin stond: Mam, ik heb het hoogste kluisje gekregen…ik kan er maar nét bij.

Toen grapte ik dat ze dan maar op een vriendin moest gaan staan. Dat grapje hebben zij en haar vriendin onthouden. Het moest en zou in deze blog komen te staan, vonden zij. Zie hier het resultaat.

 

Vriendin Lara is niet de grootste van de school (mild uitgedrukt) en ziet er gelukkig wel de humor van in. Op de Open Dag demonstreerde zij mij hoe zij bij háár bovenste kluisje komt. Juist, nu is het Ella die als opstapje dient maar dat kan een willekeurig ander zijn. Als ze al bij hun kluisjes kunnen komen. Het schijnt zo vreselijk druk te zijn in de aula dat ze zich niet door de zweterige menigte kunnen worstelen. Stakkers! Ik heb met ze te doen.

Wacht maar, volgend jaar zijn jullie ‘groot’ en kom je er wel doorheen. Dan maken de nieuwe wuppen ruim baan voor jullie.

Om die wuppen te werven was er dus een Open Dag; de dag(en) dat de school zich van zijn beste kant laat zien. Waar je doorheen moet zien te prikken om de sfeer te proeven. Vrijwillig togen Ella en ik op een vrijdagavond richting haar school. Omdat het de eerste Open Dag was sinds Ella hier zit, ik zelf op deze school heb gezeten én ik wel eens wat van haar leraren wilde spotten, ging ik mee. Daarnaast had Ella met vriendinnen afgesproken om de drama-juf te helpen en drama(tische) opdrachten te doen voor de nieuwkomers.

Wat een lol hebben ze gehad deze avond.

Ik zwierf alleen door de school op zoek naar bekende wandelende naambordjes (dat viel tegen, die kwamen misschien de dag erna).

Ik neusde rond in het tekenlokaal waar Ella’s schetsboek lag met een nagetekende monchichi die van mij is geweest.

Ik bladerde door jaarboeken waar vele leerlingen in stonden (met foto en tekst) die ik zelf nog in de klas heb gehad op de basisschool.

Ik sprak een gymleraar over zijn vak (hij gaf helaas geen les aan Ella).

Ik zag een bekende foto hangen van een blije groep oud-leerlingen en glimlachte naar Ella’s papa die vrolijk teruglachte (met een volle kop haar).

Nostalgie-ten-top. Dit was in de jaren ’90 onze school en nu is het die van Ella.

Er is zóveel veranderd en de prestatiedruk is in mijn ogen zóveel groter geworden. Ik wens mijn kind en al haar medeleerlingen een fijne schooltijd toe. School moet een beetje als thuis zijn, je moet je er veilig en gewaardeerd voelen.

 

Enkele grappige anekdotes uit mijn schooltijd vertel ik de volgende keer.

Ik heb nog een recente: Ik was Ella aan het overhoren in het Engels omdat de English grammar best pittig is. Gelukkig kan ik er wel wijs uit en dat viel Ella ook op: ‘Mam, wat spreek jij vloeibaar Engels!’

 

 

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 15: WIS(ON)KUNDE

Zoals beloofd: een verhaaltje over wiskunde. Onkunde eigenlijk. In een talig gezin is ‘math’ een ongenode gast. Wij, Ella’s ouders, hebben het ooit wel gered met dat rare vak van cijfertjes, lettertjes, lijnen en figuren. In het Nederlands.

Zij mag het echter doen met termen als rectangles, simplifying fractions, parabolas en mathematical skills. Welke skills? Daar ontbreekt het aan bij onze brugwup.

 

Dat is wel heel gemeen gezegd he? Het ontbreekt er niet aan, het is nog onderontwikkeld. En omdat wiskunde moeilijk is raakt haar motivatie zoek (áls die er al was).

De math teacher was geschrokken van de slechte testuitslagen in haar class en liet de test opnieuw maken, in de proefwerkweek. Wekenlang hebben Ella en ik sommen geoefend (zonder er ruzie over te krijgen!). We zagen door de bomen het bos niet meer, zóveel regeltjes zijn er.

Er kwam een soortgelijke test, met wederom 20 opgaven en Ella scoorde 2 punten hoger dan voorheen. Nog steeds geen voldoende, maar dat is het volgende doel…

Ik had een proeftest voor Ella gemaakt van 4 kantjes vol. Een paar dagen later kon ik ‘m niet meer vinden op haar volle bureau. Ik móest en zou hem vinden en ze zóu hem maken. Raad eens waar ik hem vond?

Als een prop onderin haar prullenbakje. Niet bovenop, nee ONDERIN.

‘Mam, ik heb hem echt niet bewust weggegooid, hoor.’

Ja, ik heb Ella inderdaad weer veel geholpen. Het ging immers om een proefwerkweek.

Gelukkig word ik gesteund door een artikel op internet waarin actief helpen gestimuleerd wordt. Zoek samen actief naar de beste manier van leren.

Dat is een goede tip!

Overhoren is geen controleren, maar coachen. Die moet ik goed onthouden.

 

Toen Ella en ik samen sommen maakten en haar aandacht begon te verslappen (dat kan variëren van een halve minuut tot 45 minuten) stelde ik een laatste vraag: ‘Ella, hoeveel is 2-tot-de-macht-4?’

Ze dacht even na, keek me toen onderzoekend aan en antwoordde: ‘Mam, je hebt je wenkbrauwen niet gedaan, he?’

 

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 14: KRONKEL B

Laten we het eens hebben over proefwerkweek nummer 2.

En hoe het leren daarvan aangepakt werd door onze verse brugwup (en vooral ook: door anderen).

Zoals verteld was ze op tijd begonnen, 3 weken van tevoren (dankzij de kerstvakantie). Helaas gaf de leerkracht van het vak Duits de leerstof pas ná de kerstvakantie op. De kinderen hadden begrepen dat ze een leestoets zouden hebben. Tja, toen hadden we een probleempje.

 

‘Mam, wanneer gebruik je zo’n Kronkel B?’

‘Kronkel B? O, haha je bedoelt de Duitse ß!

Geen idee, ik zoek het even op,' zei ik. 'Aha, bijvoorbeeld na een lange klank en een tweetekenklank zoals in groß en weiß.’ Ella heeft het geluk dat haar oom

–en tevens haar muziekleraar- in Limburg is geboren en getogen en een aardig woordje Duits spreekt.

Wat heeft hij zijn best gedaan om de woorden en zinnen, inclusief juiste uitspraak, in Ella’s koppie te krijgen! Dat was op dag 1. Op dag 2 tijdens de rit naar Amsterdam voor de musical van Ciske de Rat, hebben oom en tante

Ella wederom volgepompt met Duits.

Het duizelde haar. Duits, Frans Spaans, Nederlands en Engels vochten om voorrang in haar hoofd.

Door de Duitse uitspraak van de U (oe) werden de Franse woorden nu (noe) ook met een oe uitgesproken: toe (tu). Wat een gedoe (gedu)!

 

Op haar blaadje zie ik dat Ella even bezig is geweest met Duits (Größe, Schwester, Vater, Mutter, Schule, ja, alles met Hoofdletter).

Daarna heeft ze er een Elefant doorheen getekend die zó dat hele Duits wegblaast. Verhaaltje uit! Spaans en Frans blijven over na de talenkeuze,

Duits vervalt.

Ella vindt dat nu opeens best jammer. Ze had het zo gezellig gevonden in de auto met haar oom en tante. En dat Duits.

 

Volgende week: Wiskunde…

 

  

Het leven van een brugwup

 

DEEL 13: REVOLUTIE!

Het Landelijk Aktie Komitee voor Scholieren (LAKS) wil een revolutie in het onderwijs!

(Voor de jongeren onder ons: er moet iets gaan veranderen: een opstand!)

Mijn aandacht wordt direct getrokken naar het stukje in Metro Nieuws.

Maar ik zie ook direct het artikel ernaast staan: Studenten halen liever een zesje.

Ja, ik begin het wel te snappen allemaal.

 

Het LAKS constateert dat het onderwijs in Nederland meer en meer om slagingspercentages en geld draait. Waar blijft de individuele talentontwikkeling?

Sinds Ella in de brugklas zit verbaas ik me over het frontaal-klassikale onderwijs.

Balen, hebben we dáárvoor gekozen? Ella moet maar eens laten zien hoe goed ze kan pianospelen en tekenen. Gelukkig kan dat overigens op haar school wél (en dan ook nog bij haar oom en vriend van papa in de klas), maar veel te weinig naar mijn zin.

Liever een zes zonder stress, dan een zeven zonder leven lees ik in het krantje.

Ja, dat is wel zo’n beetje Ella’s lijfspreuk geworden. Ze is murw geslagen door de vele toetsen en het geduw en getrek van haar ouders om te leren, want ze zit nog steeds met de vraag: HOE DAN?

Nu ik dit schrijf zit ze middenin een proefwerkweek. Ik mag hopen dat er ook iets gedaan wordt met al die resultaten van de kinderen. Dat ze geholpen gaan worden op gebieden waar ze moeite mee hebben. Kan dat in een klas van 30 drukke kinderen? Ik vrees van niet.

In plaats daarvan moet je als ouder z.s.m. beslissen of je kind meedoet aan een ‘plusuur’, een keer per week van 3 tot 4 uur ’s middags. Ik kan je nu al vertellen dat Ella daar niet gelukkiger van wordt, van een uur wiskunde (haar meest gevreesde vak) op een tijdstip waarop haar concentratie mijlenver te zoeken zal zijn.

Ik begin echt wel te snappen allemaal. Jongeren worden leeggetoetst en hun motivatie om te leren zal dalen. Waarom een zeven of hoger als je ook je diploma met een zes kan halen? Ik blijf hoop houden dat Ella leren leuk gaat vinden en dat ze op het juiste niveau zit. Vooral ook omdat ze moet beseffen dat ze onderwijs mág krijgen in Nederland. En dat is natuurlijk het mooiste wat er is.

 

Ze houdt de moed erin als ik haar Franse woordjes overhoor en ze de dagen van de week opsomt: 'Lundi, mardi, mercredi' (so far so good!)…

'Jeudi, vreudi'…

Haar tante en ik barsten zó hard in lachen uit, dat Ella maar meelacht voor de vorm. Arm kind, dat even vergat dat vrijdag vendredi is.

Waarop haar broertje met een lullig mama-stemmetje zegt: ‘Oh leuk, dát zet ik in mijn blog.’

 

 

 

 

 

Vervelende stoel om op te zitten met je telefoon...

Het leven van een brugwup

 

DEEL 12: KUTSTOELEN

De vakantie is voorbij. Een dag later dan voor andere schoolgangers, want op de eerste maandag van het nieuwe jaar had Ella vrij. De kinderen van Sylvia Witteman ook, las ik in haar column. Alleen kwam zij daar pas op die bewuste dag achter.

 

Ik had het wel door, dat ze nog een extra dag vrij had (de leerkrachten hadden vast een bespreking over hoe ze die brugwuppen in het gareel moeten krijgen). Ella werd namelijk op zondag door 3 vriendinnen gevraagd om te komen logeren. Dat was niet om de proefwerkweek te bespreken, maar om te geinen en veel te kletsen. De horrorfilm bleek té horrorig en werd na 10 minuten afgezet, heb ik begrepen. Inmiddels zijn de meiden weer volle bak begonnen aan school. Ella sprak met hoopvolle woorden: ‘Ik zie er niet eens zó erg tegenop om weer naar school te gaan.’ Dus.

Zoals gezegd had ik in de vakantie een schema met haar gemaakt om alvast wat te leren voor de proefwerkweek. Ze heeft zich er (enigszins) keurig aan gehouden, maar deed ook niet méér dan nodig was, dat dan weer niet. Het valt me op dat ze echt niet weet HOE ze moet leren. Daar is op de basisschool echt weinig tot geen aandacht aan besteed. Ze hoefde daar ook nooit iets te leren, op een paar keer topografie na. Maar ze zal nu wel moeten, het is een harde leerschool. Toen ik haar de hemel in prees dat ze zich zo goed aan haar schema had gehouden was ze trots. Hoop ik.

 

Ik bekeek het blaadje-met-schema nog eens, waar door mij krullen op gezet waren ten teken dat iets af was. Mijn oog viel op een viertal woorden bovenaan het schema, sierlijk en in kleur door Ella geschreven:

tyfusschool-teringleraren-kutstoelen-pleurislokalen

Goh, dacht ik, ze zal toch wel weten dat kut geen ziekte is?

 

 

 

Het leven van een brugwup 

 

DEEL 11: EIND 2016

Kerstvakantie, tijd voor bezinning.

Tijd voor Ella om weer even 'normaal' te worden, want dat is gelukkig precies wat er gebeurd is.

 

Door de rust en weinige verplichtingen die ze deze eerste week heeft gehad, wordt de heftige start van de brugklas even vergeten.
Hoewel, vergeten? Ella en ik hebben samen een heus schema opgezet om de vakken te leren die na de vakantie getoetst worden. In kleine te behappen stukken. Bio, Engels, Frans, Spaans en Wiskunde passeren de revue. Dit laatste vak is onze 'pain in the ass'. Beiden houden we niet van wiskunde. Voordeel is dat elke keer als Ella een som goed heeft, ik als een debiel naast haar zit te klappen. Van opluchting dat we om deze som tenminste geen ruzie hebben gekregen.
Wat ik vooral leuk vind is Spaans, omdat ik dat zelf nog niet zo goed ken. El perro voor hond Latro, el caballo (het paard) vind ik mooi klinken en el coche (de auto) kan ik me nog herinneren van vroeger.
Via allerlei ezelsbruggetjes (puentes del burro, zelf samengesteld, dank u) onthoudt ze hopelijk de vele woordjes.
Nu ik dit schrijf is het eind 2016. Het wordt een mooie afsluiter van een roerig jaar; een bijzonder jaar voor Ella, met het afscheid van groep 8 -incl. musical en gala-, een mooie vakantie naar Frankrijk, een vliegende start als brugwup en nu een knallend begin van 2017. Met als vooruitzicht een studiereis naar het Engelse York in april.
Ik wil wel met haar ruilen hoor, dan neem ik zelfs 'math' op de koop toe!

 

Een goed jaar gewenst aan alle brugwuppen, en vooral ook hun ouders.

Succes en vooral veel plezier!

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 10: BRIEF AAN JEZELF

Gezien in de krant: De tienerschool biedt kinderen uitstel van de brugklas.

Halleluja, er zou moeten staan: De ouderschool biedt ouders uitstel (en afstel) van stress om de brugwup. Oké ik moet niet zo flauw doen. De ergste periode zou nu ongeveer voorbij moeten zijn (december). Zou. Moeten.

 

In het artikel lees ik dat er enkele tienerscholen in Nederland zijn (voor 10- tot 14-jarigen), waar de overstap naar de middelbare school vergemakkelijkt wordt. Kinderen komen nu vaak niet op het juiste schoolniveau terecht, doordat pas later (dan hun 12e) blijkt wat ze in hun mars hebben. Ik zie niet voor me hoe dat dan gaat; je wordt 10 en gaat naar een andere school, waar je tot je 14e les krijgt en uitzoekt wat jouw niveau is? Ik wacht af hoe dit zich gaat ontwikkelen.

Vrijheid blijheid? Over van school afgaan gesproken… Ella heeft een leuke opdracht gekregen in de klas: Schrijf een brief aan jezelf en vertel daarin wat jou nu bezighoudt. Als je van school gaat (de één wat eerder dan de ander) krijg je de brief van de juf terug. Geweldig toch, dat je schrijft wie je vrienden zijn, wat papa, mama en je broertje allemaal uitspoken en hoe het met je hond gaat. Over een jaar of 5 is alles weer anders. Ik hou daarvan, geschiedenis schrijven.

 

In feite doe ik dat nu ook. Over een paar jaar lachen we om deze brugwup-ellende. Dan lees ik Ella’s uitspraken opnieuw en denk ik glimlachend terug aan die heftige, maar bijzondere periode in haar leven. Ik was al bijna vergeten wat ze me toeriep toen ik opmerkte dat make-up niet belangijker was dan op tijd komen: ‘Beter te laat dan te lelijk, doei mam!’

 

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 9: MAMA HEEFT HUISWERK

Bovenstaande foto zegt veel…Wie kijkt op haar telefoon en wie maakt het huiswerk? Wel, ik zal het kort uitleggen. Die telefoon is onmisbaar geworden (schuld van school) omdat het rooster, het huiswerk én de vele cijfers erop zichtbaar zijn. Ella checkte ten tijde van deze foto haar huiswerk. Haha, wishful thinking mama. Ze scrolde door Instagram, maar dat ga ik natuurlijk niet toegeven.

 

Maar waarom zit haar dan moeder te zwoegen boven een reader Spaans? Ik heb zelf die taal niet gehad op school, dus ben er bovenmatig in geïnteresseerd. Ella niet; die wist echt niet welke talen ze moest kiezen. Na 3 maanden onderwijs moest er al een ‘talenpakket’ komen, ondoenlijk!

Uiteindelijk heeft ze naast Nederlands en Engels Frans en Spaans gekozen en mag het Duits de kast in. Auf Wiedersehen!

Even terug naar het mama doet mijn huiswerk-verhaal. In het begin wilde ik alles van haar overnemen, zo interessant vond ik het zelf. Toen kwam ik tot inkeer en liet ik haar d’r eigen huiswerk maken. Natuurlijk bemoei ik me er zijdelings wel mee, zoals met de mindmap die ze voor Nederlands moest maken. Waarom heet het dan eigenlijk mindmap vraag ik me nu af. Vooruit, een woordspin. Ella koos het boek GIPS. Als ex-leerkracht denk ik te weten wat leuk is om als leraar onder ogen te krijgen. Een grappig detail bijvoorbeeld. Dit boek heeft zo’n detail: een afgescheurd vingertopje (ja, sorry, echt waar). Aangezien wij zo’n ding in de goocheldoos hebben liggen, opperde ik dat topje in de mindmap te verwerken. Ella vond het meteen een goed idee. De leraar laat echter niets van zich horen, die verkeert misschien nog steeds in shock.

 

Nu is het niet altijd verstandig dat ik Ella met haar huiswerk help. Daar zit je dan met al je jaren onderwijservaring. Ik wist al lang dat je eigen kind met huiswerk helpen een héél ander verhaal is. Er komt teveel emotie (lees: ergernis) bij kijken. Resultaat: papa overhoort haar leerwerk en dat gaat vooralsnog goed. Maar die arme man heeft minder tijd over dan ik, dus ik zal me er overheen moeten zetten en me er weer als vanouds mee gaan bemoeien. Dat geeft ook eigenlijk de leukste verhalen voor mijn blog.

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 8: HET WAREN MIJN VOETEN, MENEER

Wat ik me kan herinneren is dat ik een brave leerling was.

Dat is eigenlijk best gek als je bedenkt dat ik nu behoorlijk recalcitrant kan zijn.

Dat komt misschien ook omdat ik me altijd heb willen aanpassen, maar nu genoeg over mij.

 

Toen Ella in een van de eerste brugklas-weken thuis kwam met de mededeling: ‘Ik ben uit de klas gestuurd,’ viel mijn bek open. Wat? Jij? En dat vertel je alsof het de normaalste zaak van de wereld is? Op de Ella-manier (levendig) kregen we te horen wat er was gebeurd. Bij de les Techniek, waar van alles in elkaar geknutseld moest worden, was Ella aan de tafel van een vriendin beland.

‘Wie gaf jou toestemming om hier te gaan staan?’ vroeg de leraar.

‘Eh…ik,’ antwoordde Ella.

‘Maar wat brengt jou hier?’ vervolgde de man.

‘Mijn voeten,’ was Ella’s antwoord.

De leraar speelde het spelletje mee en gaf haar de opdracht ‘op diezelfde voeten naar de gang te gaan.’ Daar stond ze dan, uit de klas gezet. Madam moest plassen en ging de toiletruimte in.

De leraar kwam kijken waar ze was en toen hij haar niet vond, waren de poppen aan het dansen.

Ze hebben samen geloof ik een gesprekje gehad en daarmee was de kous af.

Ik heb Ella wel op het hart gedrukt respect voor leraren (en voor wie dan ook) te hebben, dat is het belangrijkst.

 

Alleen al het feit dat deze wuppen spiekbriefjes (en hun volgeschreven enkels(!)/handpalmen/onderarmen) gebruiken en veel durven zeggen in de klas, doet mij inzien dat ik echt naïef was, of ben. Kinderen van nu zijn mondiger, inventiever misschien ook wel. Uit Ella’s beschrijvingen kan ik opmaken dat ze in een drukke (doch gezellige) klas zit. 30 Kinderen is belachelijk veel!  Sommige leerkrachten heffen hun handen ten hemel en verzuchten (al dan niet in het Engels) dat ze het niet aankunnen of iets in die trant. Ik begrijp ze. En ik zou zeker in gesprek gaan met zo’n groep en kijken waar de knelpunten zitten. En het vooral heel gezellig hebben.

 

 

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 7: IK VIND JULLIE LEUK, MAAR SCHOOL NIET!

Allerlei ideeën heb ik voor deze blog. Inspiratie genoeg met een brugwup die elke dag rake opmerkingen over school (samen met haar loodzware tas) de woonkamer inslingert. Al die ideeën gaan even aan de kant, want ik moet jullie laten weten wat in de Volkskrant staat vandaag.

 

In de rubriek Leven wordt hoogleraar in de neuropsychologie Jelle Jolles geïnterviewd. De titel van het artikel is Leren leren. LeVen en leRen blijken elkaar behoorlijk te bijten, besef ik nu ik dit opschrijf. De heer Jolles stelt dat het schort aan (onze) kennis over het eigenwijze, stuurloze, charmante, irritante volk der adolescenten. Daarom heeft hij een handboek voor ons geschreven: Het Tienerbrein. Ik slaakte een zucht van verlichting toen ik deze zin las: ‘De tiener en zijn brein zijn werk in uitvoering. Van nature geïnteresseerd in elkaar en niet in school. Dat is een biologisch gegeven dat te weinig wordt erkend.’

Dit vat al mijn zorgen om Ella als brugwup samen. Aan iedereen die het maar horen wil, vertel ik over Ella’s interesse in haar (nieuwe) vrienden en vriendinnen. Geweldig gezellig allemaal –en erg belangrijk- maar school, huiswerk maken en leren roepen ‘walging’ op. Helemaal niet zoals ik het herken van mezelf vroeger. Gelukkig belooft de heer Jolles dat ‘leren geleerd’ kan worden en dat ze dat heus wel willen omdat ze gigantisch leer- en nieuwsgierig zijn. Geldt dat ook voor lipstickkleuren en skinny jeans?

 

Tot slot wat heldere inzichten voor ons, wanhopige ouders: ‘Verwacht niet dat je puber de verantwoordelijkheid neemt, goed kan plannen of zelfs bedenkt wat hij moet leren.’ Dat Kan Een Puber Niet goed! ‘Als ouder kun je helpen door het kind rustmomenten te bieden. Stop met racen na school, van muziekles naar voetbal (precies wat broertje Willem van bijna 10 doet, bij Ella is het muziekles en dans) en tussendoor gehaast eten en huiswerk maken. Dat is te veel.’

In mijn hoofd klinkt Ella’s opmerking van gisteren: ‘Ik vind eigenlijk geen een vak interessant op school’. Ze zal het wel leren.

 

Wil je het artikel lezen, laat het me weten en ik mail het als PDF naar je.

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 6: ALS MAMA ER NIET WAS…

Steeds minder je moeder nodig hebben vanaf je twaalfde ongeveer.

Dat was een beetje het idee, toch? Nou, ik merk er weinig van, want ik zit wel vaak op Ella’s lip, hoor. Een lip met matte nude-lipstick, want die is helemaal on fleek (‘in’). Of was dat vorige maand?

 

De scheidslijn tussen loslaten en er bovenop zitten is flinterdun. Ik ben elke dag in dubio. Waarschuw ik haar dat ze nu echt moet gaan leren voor die toets?

Help ik haar direct met haar huiswerk of laat ik het haar eerst zelf uitzoeken?

Ik what’s app en praat met andere moeders en zij ervaren hetzelfde. Gelukkig.

In de derde schoolweek ontving ik een Facetime-oproep van Ella vanuit het huis van vriendin Lynne: Hoi mam, kun jij ons helpen met Nederlands? Ik zag de humor wel in van deze ‘brutaliteit’ en vindingrijkheid, dus ik sommeerde haar het boek goed voor de iPad-lens te houden. Zo kon ik meelezen en jawel…de boel voorzeggen. Lekker pedagogisch maar whatever. De meiden konden nu verder met hun leven. Ella’s schoolvrienden kregen hoogte van deze brugwup-verhaaltjes. Nadat ik een appje van Ella had ontvangen dat zei: Mam je bent cool. M’n vrienden willen je volgen op insta, ben ik er gerust op dat ik over hen mag schrijven. En dat niet alleen, ze durven ook nog hier in huis te komen. Dat bleek weer toen Ella me appte: Mam, m’n vriendinnen komen homework maken, maak jij sushi met komkommer en zo?

 

Ik hoef me niet af te vragen of ze me nog nodig heeft op deze leeftijd. Des te meer, zou ik bijna zeggen. Ze moet gestuurd worden (ook letterlijk: naar haar kamer) in het maken van huiswerk en het plannen van leerwerk voor de toetsweek. Hoe deed ik dat in de jaren ’80? Ik had geen moeder die me kon helpen en ik kon al helemaal niet plannen. Toch ben ik redelijk probleemloos door het VWO gerold. Ik legde het als volgt uit aan Ella: ‘Ik was een ‘nerd’ en had weinig anders te doen naast school, dus daar focuste ik me op. Gelukkig heb jij een leuke vriendenkring die ook belangrijk is. Geniet ervan maar… doe ook wat je móet doen.’

Is dat niet een mooie les?

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 5: OP KAMP EN ANDERE ELLENDE

Wat was ik blij dat deze school ervoor had gekozen om niet meer op brugklas-kamp te gaan.

Een activiteitenweek nam die plaats in. Mooi, dacht ik: het groep 8-kamp is net geweest, toen kamperen op zomervakantie en nu is het klaar. Groot was de verrassing dat er…tadaaaaaa…tóch een nacht op kamp gelogeerd zou worden. Zucht.

 

Ik had ook niet het idee dat de wuppen er zelf om stonden te springen. Dat bleek wel toen Ella’s nieuwe vriendin K. de ochtend van vertrek met een volgepakte fiets voor onze deur stond (geen auto’s, geen bussen -goed zo- iedereen met de fiets op pad).

‘Leuk he, kamp?’ riep ik hardop. Het meisje lachte als een boer met kiespijn. Toen even later Ella en ik ook op de fiets stapten (wie moest anders AL haar slaap- en logeerspullen vervoeren?) viel K. voor de eerste keer om. Boem! Midden op de straat.

De ene tas was uit haar rieten mand gerold en de andere –voor om de schouder- was van haar afgegleden. Ze wilde de schoudertas ophijsen, toen de lange band onder haar schoen bleef hangen. Boem, daar ging ze voor de tweede keer.

Ik was inmiddels komen helpen. Niet dat dát veel zin had, want nadat ik de ene tas had overgenomen van haar, viel het arme kind met schoudertas voor de derde keer om. De meiden bleven er stoer onder, terwijl ik mopperend op deze situatie achter ze aan naar school fietste. Natuurlijk moest ik er ook om lachen, want deze situatie was absurd. En daar kun je zo leuk over schrijven. Vanaf de kamplocatie hadden alle wuppen een kaart moeten sturen naar huis. Ik geloof dat ik deze een week of twee later in mijn handen had: Ik mis jullie niet want ik zie jullie morgen weer. Oja, ik ga vanavond lazergamen. Kus Ella.

 

Een dag later was ze weer thuis. Ik hoorde dat ze in een party-tent kou had geleden in een te dun slaapzakkie met 2°C. Lekker dan. Die ontgroening had ze gehad. Het kamp was niet het zwaarst deze eerste periode. Het huiswerk en de hoeveelheid toetsen was pittig, zeker voor een begin. Ella kan gelukkig het positieve er ook wel van inzien, wanneer ze tegen haar broertje zegt: ‘Weet je wat het leukst is aan de middelbare school? Dat je lekker warme dingen kunt kopen. Soep en broodjes enzo!’

 

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 4: DE FLAMINGO & THE CHICKEN

‘Ella, waarom heeft je mentor een flamingo in haar armen op de klassenfoto?’

‘Ik heb eigenlijk geen idee.’

We bekeken nog eens samen de klassenfoto op zoek naar details van deze brugwuppen én de roodharige, Engelssprekende mentor.

Mentrix eigenlijk, het is een juf.

‘Wat ik wel weet,’ vervolgt Ella, ‘is dat juf G. ons gewaarschuwd heeft dat haar ene oog naar links kijkt, en het andere naar rechts. Dat ziet er best grappig uit.’

 

Het eerste waar ik op lette tijdens het oudergesprek met de mentor was, inderdaad, of haar ogen echt een andere kant uitkeken. Ja hoor, het was zo.

En ze was net zo klein en grappig als Ella beweerd had. De juf gaf schoorvoetend toe dat ze een oudergesprek in het Nederlands voeren na 12 jaar nog erg moeilijk vond. Ik daagde haar uit door mijn en haar taal te combineren. Het moet een gek gesprek geweest zijn. Nog gekker werd het toen een vriendinnetje van Ella tegen het einde van het gesprek een knuffelkip de klas ingooide. De beide meiden lachten hard op de gang, waar zij op mij wachtten. Aha, dacht ik, zo is de sfeer hier. Grapjes maken mag gelukkig wel. De juf raapte de kip op en zei vertederd (in het Engels) dat dit de klassenkip was. Die was zielig want er ontbraken twee oogjes. Nu begreep ik ook de flamingo op de foto. Die had vast een manke poot gehad.

 

Met Ella’s Engels gaat het trouwens boven verwachting goed. Is wel zo handig als je tweetalig onderwijs doet. Ik had haar getipt dat ze veel afleveringen van mijn eigen favoriete jeugd-TV-serie Full House moest kijken en dat helpt!

Het Amerikaanse geknauw moet wel verruild worden voor het 'bekakte' Brits Engels, maar ik verbeter haar met liefde als  ze ESS zegt tegen een kont en

AI KENT DOE DET als iets niet lukt (let op hè, dit is fonetisch).

Ella heeft voor de klas ruim 2 minuten volgekletst over haar leven en hobby’s.

In het Engels ja, ondersteund door grappige foto’s. Knap hoor, van die brugwuppen. Op Google Translate overigens vertaald naar het Engels als ‘brugwuppen’. Maar dan wel op z’n kak-Brits hè!

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 3: DE BROODJES ZIJN OP!

Vooral de eerste lesweek in de brugklas was aanpoten, natuurlijk.

Ella belde me een keer op na schooltijd met de mededeling: ‘Mam, ik kan écht niet verder fietsen, mijn tas is zó zwaar!’ Die prachtige tas, die we op vakantie in Frankrijk gekocht hebben, puilt ook echt uit elke dag. Tegenwoordig verdeelt ze dat gewicht over de tas op haar rug en de krat voor op haar fiets. Toen daar ook een keer haar broodtrommel in lag die er na de eerste hobbel uit stuiterde, belandde die voortaan maar in haar tas.

 

Dat overgewicht niet haar enige klacht, want op de eerste dag ontving ik een appje waarin te lezen was: Mam, ik heb het hoogste kluisje gekregen…ik kan er maar nét bij. Toen ik terug typte dat ze dan maar op een vriendin moest gaan staan, vond ze dat best een goed idee (sorry Lara).

Ze stuurde me zelfs foto’s (lang leve wifi) van de brugklas-aula met de mededeling dat het erg druk was en dat de wupjes hun plekje moesten bevechten.

Maar dat je op school ook honger moest lijden had Ella echt niet gedacht. Normaal neemt ze haar zelfgemaakte boterhammetjes mee, maar deze keer mocht ze een warm broodje kruidenboter kopen in de kantine. Een (niet nader te noemen) vriendin wilde mee en terwijl Ella probeerde bij de ‘counter’ te komen, had haar vriendin zich al door de massa weten te wurmen en bestelde die het allerlaatste broodje kruidenboter!

Met vallen en opstaan leer je de wetten van de jungle/middelbare school.

Diezelfde wet schrijft huiswerk voor en dat is de grootste domper gebleken voor Ella. Alle belangstellenden die aan haar vragen hoe ze de grote school vindt, krijgen een zucht en zielige blik met de woorden: ‘Het is zo zwaar, vooral het huiswerk…’. Als ze daarna vragen of ze leuke vrienden heeft, klaart ze helemaal op: ‘Ja!’

 

Op de eerste schooldag kreeg ik een literaire app gestuurd: Ik heb wifi. En pauze.

Een prachtige zin vind ik dat. Toen ik in de eerste week hielp met het inpakken van de juiste boeken en op school bleek dat we toch iets verkeerd gedaan hadden, volgde een bericht dat zei: Wat een tievuszooi ik heb helemaal niks bij me. Ik kon het niet laten om te antwoorden: Het moet tyfuszooi zijn.

 

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 2: DE KENNISMAKING

Mijn dochter mocht vóór de zomervakantie op een kennismakingsdag komen van haar nieuwe school. Die dag ontmoette ze haar mede-brugwuppen. 8 van de 30 kende ze al, zij komen van dezelfde basisschool af. Ik ken kinderen die in hun eentje in een nieuwe klas terechtkwamen. Hoe anders zal dat zijn, vraag ik me af.

 

Tijdens die introductie werd er een klassenfoto gemaakt. Onwennig staan de wupjes naast/ boven/ onder elkaar te loeren in de cameralens. Zoals het een ex-juf betaamt, bekijk ik de foto uitvoerig en probeer aan de hand daarvan te bepalen wat voor soort klas dit zal zijn. Samen met Ella bespreek ik haar eerste indruk van deze kinderen. Gelukkig is ze overwegend positief.

Zó positief als zij is over de ‘grote’ school en de nieuwe vrienden die daarbij horen, zo bezorgd ben ik dat deze school veel van haar zal gaan eisen. En dat zij daar weinig weet van heeft.

Op de basisschool heeft ze een luizenleventje gehad. Het leren ging haar redelijk goed af (‘behalve rekenen, dat haat ik’) en ze kon met de meeste kinderen en leraren goed overweg.

Huiswerk was een woord dat ze wel kende, maar niet echt ervaren heeft. Ze heeft wel eens topografie thuis moeten oefenen en in groep 8 een werkblaadje per week moeten maken.

Huiswerk is iets waar je over kunt discussiëren. Ga ik niet doen, want feit is dat de middelbare school er van houdt en je al gauw bergen maak- en leerwerk in je nieuwe agendaatje hebt staan.

Beter gezegd: in de tastbare én de digitale versie van je agendaatje. Dat die twee niet altijd overeenkomen gaf in de eerste weken flink wat verwarring.

In mijn tijd bestond geen digitale agenda, waarin je naast het huiswerk het lesrooster ziet staan, samen met je cijfers.

Voor een bemoeizuchtige (lees: geïnteresseerde) moeder als ik is het ideaal dat de ouders dit dus ook kunnen inzien.

 

Na deze kennismakingsdag was Ella klaar voor de strijd. Nou ja, klaar voor nieuwe vrienden. Voor dat meisje op de foto, met die mooie wenkbrauwen, het meisje met die hoofddoek en de jongen met twee verschillende kleuren All Stars aan zijn voeten. En ook klaar voor de Engelstalige mentor met de roze flamingo in haar armen, maar daarover later meer.

Nu ze een paar weken in de brugklas zit, heeft Ella inderdaad die gewenste nieuwe vrienden.

En bergen huiswerk. Het is hard werken voor haar, maar ook voor haar (nieuwe) vrienden. Ze staat er niet alleen voor. Ze maakt regelmatig huiswerk samen met hen en heeft daarnaast ook nog (een beetje) tijd om te gaan shoppen of logeren.

Wat wil een mens/brugwup nog meer?

 

Het leven van een brugwup

 

DEEL 1: DE VLIEGENDE START

Mijn baby zit in de brugklas. Ze moest nog 12 worden - vorige maand- toen ze officieel ‘een brugwup’ werd. Een woord uit de tijd van haar ouders, waarschijnlijk flink achterhaald.

Alles draaide de afgelopen weken om Ella. Daar kon zij niks aan doen hoor, het was nou eenmaal zo.

Alles was nieuw; ze moest erg vroeg op school zijn (08.10u beginnen de lessen) en ze moest voortaan alleen fietsen. Wie had met dat alles de meeste moeite? Juist, ík zei haar moeder. Want opeens moest ik de controle loslaten en vertrouwen dat deze school het wel goed bedoelde met mijn dochter. Maar hoe kunnen de leraren op haar letten als ze één van de ruim 400 nieuwelingen op school is?

Een grote scholengemeenschap met een bijzondere geschiedenis. Ella’s eigen ouders zaten er ook (jaren 80/90) en hebben elkaar daar leren kennen! Haar beide tantes kregen er les, haar opa en oma gaven er les, evenals haar oom. Die is nu Ella’s muziekleraar. Tekenen leert ze van de beste vriend van papa en zo is de cirkel rond. Haar keuze voor deze school was gebaseerd op bovenstaande feiten. Ze hoefde zich niet te oriënteren op andere scholen, lekker makkelijk. En wel zo vertrouwd voor haar moeder.

 

Of dit een goede graadmeter is geweest voor het kiezen van een school kan ik in twijfel trekken, maar het is zoals het is. Wat ik me nu, na 6 weken afvraag, is of andere scholen ook zo’n vliegende start hebben gemaakt. Of die ook elke dag zoveel huiswerk geven en in no time vele toetsen op het rooster hebben staan. Arme kinderen van nu. Arme ouders van nu.

Want als je je er een beetje in verdiept, in mijn geval als moeder, dan zie je waar je kind mee worstelt. Waar ook haar vrienden met wie ze huiswerk maakt worstelen: wat is het veel, wat is het moeilijk!

Wat deze start extra moeilijk maakt (maarja, dat was vrije keuze) is dat de lessen grotendeels in het Engels worden gegeven. Tweetalig onderwijs is dé toekomst…

De mentor die de nieuwe wupjes wegwijs moet maken in deze jungle die middelbare school heet komt uit Engeland. Ze spreekt beperkt Nederlands en dit bemoeilijkt de communicatie met haar leerlingen die hun Engels aan Dora te danken hebben. Ella lijkt niet veel moeite met deze tweede taal te hebben. Zo vertelde ze dat een klasgenootje haar belaagd had met een ‘geo triangle’ en dat ze maar eens aan haar ‘home work’ ging beginnen.

Everything’s gonna be alright.

 

 

Oświęcim-Auschwitz

 

Het allesoverheersende gevoel dat ik had binnenin de kampen van Auschwitz?

Ik kan er uit en zij konden dat niet.

Vrijheid is het grootste goed. Wist ik allang, maar nu kwam dat besef keihard aan.

Ik was in Polen, met mijn zusje Cathy. Zij is er 6 jaar geleden al geweest, in een dik pak sneeuw.

En nu? Nu was het tegen de 40°C. In de zengende hitte legden we samen de lange stoffige weg af, tussen de (deels afgebroken) barakken door. Wij wisten waar de weg heen leidde. Zij wisten het niet. De vrouwen, kinderen en ‘zwakken’ werden niet eens geregistreerd in het kamp na aankomst met de trein. Zij liepen en struikelden, opgejaagd, de lange stoffige weg naar…?

Plotseling, in de desolate leegte, in de hete zon vonden we een stuk bos. Verkoeling!

Mijn ogen werden direct naar een bord met foto en tekst getrokken. Vrouwen met kinderen, precies op deze plek, ruim 70 jaar geleden. Of ze op die plek even wachtten op hun voorgangers, werd hen bevolen. Het was druk. Na de verwarring over wat daar in dat stenen gebouw gebeurde, waren zij aan de beurt. Kleren uit, op elkaar geduwd worden en nooit meer het daglicht zien.

 

In het eerste deel van het kamp zweefde de misleidende tekst ‘Arbeit macht frei’ boven ons hoofd. We waren binnen. Drie uur later kwamen we er uit. Wat nu op mijn netvlies stond? De plek van het kamp-orkest, de galg, de ‘dodenmuur’, de vele foto’s en spullen van de mensen in het kamp en het gebouw waar dokter M. zijn medische experimenten op Joodse kinderen uitvoerde.

In de gaskamer annex crematorium waren we even helemaal alleen geweest. Doodse stilte in die koele ruimte. Ik zette aan de voet van een monument mijn boekje ‘Weg uit Kamp Vught’ neer.

Welke Nederlander zou de behoefte voelen het op te pakken en te zien dat hij het mee mocht nemen?

We lieten de poort met de rotte tekst achter ons en reden met de auto 3 km verderop naar Auschwitz II-Birkenau. Deze keer gingen we onder de bekende poort met treinspoor door. Wat dan als eerste opvalt? De weidsheid. De immense omvang van het concentratiekamp. Rijen barakken waarvan een groot deel is afgebroken, maar je de contouren nog steeds ziet.

Een treinwagon als stille getuige van het noodlot.

Door dit kamp leidt de lange weg naar de gaskamers. Met het bos om ‘even in te wachten’. Het meertje waar de menselijke as in werd gegooid en een badhuis om de dwangarbeiders te ‘ontsmetten’.

Ik kon er uit en zij konden dat niet.

Dat mantra zoemt in mijn hoofd rond. Ik kom er niet los van. Ik heb het zelf opgezocht. Ik wil het allemaal weten, ik lees er vele boeken over, kijk naar documentaires. Hoe kan het dat één man, met zijn gevolg, het voor elkaar krijgt om miljoenen mensen uit te roeien? Auschwitz, zo genoemd door de Duitsers, veranderde van een vooroorlogse Poolse kazerne in het grootste vernietigingsorgaan ooit. Ik houd de beelden levendig door het boek ‘Ik ontsnapte uit Auschwitz’ te lezen. Rudolf Vrba uit Slowakije maakte alles mee in Auschwitz en beschrijft op een prachtige manier wat hij zag. Alles niet bestemd voor menselijke ogen. Er wás niets menselijks aan de massavernietiging door de SS.

 

Toen ik terug was in Nederland ontving ik een bericht. Van een jongeman die mijn boekje over Kamp Vught heeft gevonden. In Auschwitz. Waar hij woont? Vught.

 

 

 

 

Weg uit Kamp Vught

 

Het is er!

Mijn zelfgemaakte ‘boekie’ dat ik al zo lang wilde maken.

De titel Weg uit Kamp Vught verraadt waar het over gaat, steeds opnieuw verschijnt bij mij dat thema. Dat was je vast al opgevallen.

Vier (!) jaar geleden zette ik dit verhaal al op papier, daarna in de computer… en toen wist ik niet wat ik ermee moest doen. Het was te kort om een echt boek van te maken, maar langer mocht het ook niet worden vond ik. Toen ben ik naar een drukker gestapt en die maakte het voor mij af. Een klein, doch echt boek!

Het verhaal: Groep 8 krijgt in 2013 een rondleiding in Kamp Vught en het 11-jarige meisje Anne ontmoet er Lena, eveneens 11 maar dan in 1943. Waarin komen hun levens overeen en waarin verschillen ze? Het grootste verschil is dat de Joodse Lena niet ouder wordt dan 11.

Je leest over het beruchte kindertransport uit Kamp Vught in juni 1943. Geschreven in woorden die jongeren van ongeveer 10 t/m 13 jaar (en volwassenen ook) wel zullen boeien.

Een klein beertje met een rode trui heeft een belangrijke rol in het verhaal. Dat beertje staat nu aan de voet van het Kindermonument in Kamp Vught.

5 Juni j.l. was ik namelijk met Ella en een vriendinnetje bij de 73-jarige herdenking van dit kindertransport. Mijn boekie heb ik overhandigd aan de directeur en de PR-medewerker, hopende dat ze het goed genoeg vinden om ‘iets’mee te doen. Ook gaf ik een exemplaar aan kamp-overlevende Lotty Huffener-Veffer, die op deze dag aanwezig was en mede gezorgd heeft dat dit Kindermonument er kwam.

Mij wordt regelmatig gevraagd hoe het komt dat ik zo ‘gefascineerd’ ben door Kamp Vught en de Jodenvervolging in WO2. Het antwoord moet ik je schuldig blijven. Misschien kom ik daar ooit nog wel achter. Ik lees en bekijk alles wat ik erover kan vinden en ben van mening dat de gebeurtenissen van toen doorverteld moeten worden -met het oog op nu- van generatie op generatie. En dat ik een schakel kan zijn in dat proces, mede dankzij mijn verhaal.

Laat mij maar weten of je geïnteresseerd bent, of je een groep 7/8 of brugklas kent die dit verhaal zou willen horen/lezen! 

 

 

 

5 juni 2016 Ik overhandig Lotty Huffener mijn boekie

 

 

 

 

Energieverspilling

 

Ik heb lasagne gemaakt, die nu in de oven staat te pruttelen. W. komt thuis van zijn werk, ziet op de oven 12 minuten staan en vindt dat hij de vloer kan gaan dweilen. Hij vraagt W. jr om te helpen. Die kleine komt direct in actie (bij mij nooit). W. maakt sop in de gootsteen, de kleine pakt de dweil. Ik zet de slabak op tafel en zie de oven 9.59 aangeven. Ik word zenuwachtig want we moeten zo gaan eten. Over een half uur moet ik weg, bijles geven. Tafels en banken worden verschoven, stoelen omhoog gezet.

 

8.00 ‘Papa, je zet de stoel in de sla! Echt, de stoelpoot staat erin.’

Ik besluit niks te zeggen (voor wie mij kent, dat is ondoenlijk).

6.45 W. jr dweilt alle kanten op. Zo heb ik hem nog nooit bezig gezien, papa imponeren. De bel gaat. Timing.

W.: ‘Vast een verkoper, wel een nette zie ik’.

‘Gauw afwimpelen,’ mompel ik.

4.15 ik hoor nog steeds een monotone stem aan de deur. Wil niet eens wéten waar dit nu weer over gaat. W. wel, die luistert en vraagt van alles terug. W.jr dweilt verder en vraagt wie aan de deur is. ‘Zo’n irritante verkoper, nooit intrappen,’ antwoord ik geërgerd.

2.17 Alles staat op z’n kop, de stoelen nog op tafel. Naast de sla, nu.

Ik haal ze naar beneden en zet 4 borden en daarnaast 4 glazen water neer. W.komt gehaast de kamer in en pakt de Ipad voor informatie (blijkt later).

‘We gaan eten, ben je er nou tóch ingetrapt?!’ roep ik hem na.

Ik hoor een onbekende lach uit de gang komen, heb ík weer.

 

De oven piept. Halleluja, we kunnen gaan eten!

Terwijl de piep nog klinkt, komt een net pak binnen gewandeld.

‘Ja, hij is er tóch ingetrapt,’ zegt het pak droog.

‘Dat was niet persoonlijk, hoor,’ pers ik eruit. ‘Het is nou niet echt handig om dit te doen’. (En ik weet niet eens wát ie komt doen!)

Terwijl ik dit zeg, wurmt het pak zich tussen de bank en tafel en het zit. Hij legt een map voor zich neer.

Ik sta met de ovenschaal in mijn handen en weet niet of ik die nu naar het pak of naar mijn man moet gooien.

Pak voelt dat er iets broeit en zegt wijselijk: ‘Ik kan beter over een kwartier terugkomen, kunnen jullie even rustig eten.’

 

Tijdens het eten, dat ik nog nooit zo snel heb weggewerkt, gooi ik allerlei verwensingen (die ik hier echt niet op kan schrijven) naar het hoofd van W.

Arme kinderen, zij snappen er niks van. Ze horen een vaag verhaal van papa over een gunstig energie-aanbod, waarmee we 250,- per jaar kunnen besparen.

Papa snapt ook niet waarom mama zo raar doet. Die man kan ons toch veel geld besparen? Ook tijdens het eten, hoor.

Na mijn vijfde scheldwoord barst ik in huilen uit, kus ik de kinderen gedag en stap ik in mijn autootje op weg naar de bijles.

 

Hoe kan ik anderen uitleggen dat ik deze situatie zó absurd vind; dat je in mijn ogen geen vloer gaat dweilen als de oven op 12.00 staat. Dat je de deur niet open doet voor een vreemde verkoper, en al helemaal niet dat je hem binnen laat. Tijdens het eten. En dat je dan ook nog ingaat op een energie-aanbod.

En dat je je man niet verrot scheldt (met de kinderen erbij).

Weet je wat? Dit alles kost mij alleen maar energie. Energie die ik hard nodig heb. En dat iedereen daar maar mooi vanaf blijft.

 

 

Keizerin Sisi van Oostenrijk; glamour versus tragiek

 

Deze week houdt Ella haar spreekbeurt in groep 8 over Sisi (1837-1898),

keizerin van Oostenrijk/koningin van Hongarije.

Wereldberoemd geworden door de filmtrilogie ‘Sissi’ (1956-1958).

 

In de kerstvakantie zijn Ella en ik er lekker voor gaan zitten en hebben we in twee dagen tijd de drie films bekeken. Prachtige beelden en muziek met een nóg mooiere Romy Schneider als Sissi (in de film met drie essen in totaal).

Haar leven leek één en al glamour te zijn.

Ella leerde de ‘echte’ Sisi kennen op Corfu, in Griekenland.

Daar had zij namelijk een vakantiepaleis laten bouwen waar ze uiteindelijk zelf maar twee keer geweest is. In die periode was ze namelijk al depressief; had ze helemaal genoeg van de hofetiquette en het feit dat haar schoonmoeder Sophie zich overal mee bemoeide. Sisi’s eerste dochter was overleden, haar andere drie kinderen (waarvan één zoon, Rudolf) moesten doen wat oma zei. Rudolf, een zachtaardige jongen, kreeg een militaire opvoeding waar hij erg onder leed.

Als volwassene schoot hij zijn echtgenote dood en sloeg daarna de hand aan zichzelf.

 

Wat Ella zo interessant vindt aan Sisi is het feit dat ze haren had van 5 kilo zwaar! Papegaaien en een aapje sierden het paleis. Haar hond was 70 cm groot en 20 kg zwaarder dan zijzelf. Ze sportte erg fanatiek en de hofhouding probeerde haar bij te houden, wat amper lukte. Ze hield altijd een waaier voor haar gezicht, omdat ze zich schaamde voor haar tanden. Deze feitjes hebben we opgestoken in Paleis Het Loo, waar een tentoonstelling over Sisi’s leven te zien was.

 

Sisi komt op tragische wijze aan haar einde, wanneer een Italiaanse anarchist het in Genève gemunt heeft op een prins. Die prins laat zich niet zien, waarna de dader zich met een vijl richt op keizerin Sisi, die daar wandelt met haar hofdame Irma. Sisi heeft niet direct door dat ze ernstig gewond is, recht in haar hart getroffen. Ze zakt even later in elkaar.

Ze wordt bijgezet naast haar zoon Rudolf in Wenen, maar had graag op Corfu begraven geworden.

 

https://www.youtube.com/watch?v=yxIifJnVPf4

“Ich gehör nur mir” door Pia Douwes in de musical Elisabeth

 

Voorlezen over Kamp Vught

 

Ik heb het gedaan!

Wat ik zo spannend vond, heb ik gewoon geflikt; mijn oorlogsverhaal voorlezen aan groep 8.

Vier jaar ben ik al weg uit het basisonderwijs. Ik durf niet meer voor de klas, denk ik telkens weer. De binding met mijn 'oude' school, waar ook mijn kinderen op zitten, blijft echter bestaan.

 

'Mam, wanneer lees je nu eindelijk je verhaal voor aan mijn klas?' vroeg mijn dochter Ella steeds weer. Haar groep 8 gaat overmorgen op 'excursie' naar Kamp Vught, het concentratiekamp uit de Tweede Wereldoorlog. En mijn zelf geschreven verhaal ligt al drie jaar klaar om verteld te worden.

Ella heeft onlangs haar spreekbeurt gehouden over dit kamp en nu was ik aan de beurt. In mijn verhaal (met veel historische feiten) ‘ontmoet’ het elfjarige meisje Anne, tijdens de excursie naar kamp Vught, het even oude joodse meisje Lena, dat in het kamp heeft gezeten.

Een knuffelbeertje met een rode trui aan, verbindt de meisjes op een manier die je niet voor mogelijk houdt. Het bruine beestje met de door mij zelf-in-elkaar-geflanste trui (of waar het ook op lijkt) mocht tijdens het voorlezen op schoot bij Ella's vriendin Lynne.

Ik pakte mijn tekst uit een bruin koffertje (dat veel mensen in de oorlog hadden) en mijn dochter nam naast mij plaats in de kring van groep 8.

Ik had de tekst verdeeld, zodat ik samen met haar kon voorlezen.

Bij het oefenen twijfelde en haperde ze vaak; vandaag kwamen de woorden vloeiend uit haar mond. Samen beschreven we de rondleiding door Kamp Vught en namen we de klas mee van 2015 naar 1943. Geboeid luisterden de kinderen naar wat zij overmorgen met eigen ogen gaan zien.

Later op de dag mochten we nog een keer lezen bij de andere groep 8. Ook daar werd aandachtig geluisterd. Prachtig!

 

Heb ik ze nu een beetje voorbereid op het bezoek aan het kamp?

Kún je voorbereid zijn op zulke dingen?

Kan een mens, laat staan een kind, ooit 'begrijpen' wat er gebeurt in een oorlog?

Nee, natuurlijk niet, maar ik draag graag mijn steentje bij aan de bewustwording van oorlog en vrede.

 

 

Het boek van Jules

 

Pippa zocht een pappa, inmiddels 3 jaar geleden. Dat kleine meisje van toen is nu een tiener en ze heeft nog steeds 2 leuke mamma’s.

Haar broertje is deze week 7 jaar geworden en hij heeft geen verhaal over zichzelf. Daar moest verandering in komen, vond ik.

In groef in mijn geheugen naar alle dingen die Jules interessant vindt (voetbal, dieren, trampoline, politie) en langzaam vormde zich een beeld in mijn hoofd.

Hoe ik op het idee van de marshmallows kwam, wist ik niet. Tot de dag van Jules' feestje.

Ik zag daar het dikke fotoboek van de Amerika-reis liggen en kon het niet weerstaan. Ik kijk (soms) namelijk liever foto’s dan dat ik met andere mensen praat. En dat terwijl ik het boek al eens eerder bekeken had. Mijn oog viel op een prachtige foto van Pippa met haar moeder Karin, in de woestijn, bij een kampvuur…en ze waren marshmallows aan het roosteren!

Omdat ik een mannetje van 7 een bijzonder cadeau wilde geven, pende ik (ja, met een mooie pen in plaats van de pc) een dummy (boek met lege bladzijden) vol met Jules’ avontuur.

Ik stopte er een hologram-dino-boekenlegger in en pakte de boel in.

Jules speelt nu voor eeuwig een glansrijke rol in een voetbalwedstrijd, maakt een taart samen met zijn zus voor het huwelijksfeest van zijn mamma’s, roosterde marshmallows met de kinderen van de gasten, overmeestert de boef die over de schutting komt geklommen en mag zich nu politieman noemen!

 

Telkens als ik een verhaal schrijf, merk ik hoe leuk ik het vind om dat te doen. Waarom doe ik het niet vaker? Waarom ga ik niet op zoek naar kinderen voor wie ik dit soort boeken kan maken? (Antwoord: omdat ik die overal zó vind.)

Schrijf, trut!

Ik heb eindelijk een goed voornemen voor 2016.

 

Overleven op de camping

 

Wat is het moeilijk om stand te houden op een camping met (in alle opzichten) vreemde mensen om je heen.

Ik heb sowieso al grote moeite met de manier waarop Nederlandse mannen denken te moeten niezen (hard) en hun neus snuiten (nóg harder). Is dat een overblijfsel uit de Prehistorie, om zoveel mogelijk herrie te maken zodat de vijand op afstand blijft? Nou, op afstand blijf ik wel, daar doe ik echt mijn best voor.

 

Ik ben een vreemde eend in de bijt. Wil niet met de massa meedoen en doe alles net anders dan anderen, expres dan wel onbewust.

Staan mensen af te drogen in het (af)washok, dan ben ik zo snel mogelijk weg om mijn spullen bij de caravan af te drogen. Of gewoon op laten drogen, wel zo makkelijk. Maken Nederlanders een praatje met elkaar, loop ik er met een grote boog omheen en vang ik altijd net teveel informatie op. Over te weinig wc-papier, te koud water, het luchtalarm dat ’s nachts afgaat (oftewel een kind dat maar blijft krijsen) en dat er zoveel Fransen in Frankrijk wonen.

Mijn man vroeg me wat voor soort vakantie ik dán voor ogen heb. Overal zijn andere mensen.Ik moest hard denken (eigenlijk was dat meer voor ‘de vorm’) en zei toen vol overtuiging: lekker thuisblijven.

Ik ga graag op stedentrips (zie de blog 'Ich bin ein Berliner'), lekker vluchtig en intensief en gauw weer naar huis. Maar met man, twee kinderen en een hond (die ik alle vier graag bij me heb) is dat weliswaar niet onmogelijk, maar niet erg handig.

Toch zie ik het graag anders dan nu, in de Franse Ardèche (het rustige deel, dat dan weer wel). Mijn dochter en ik hebben een week gedaan over wennen.

De mannen in het gezin hebben wat met ons te stellen. Ik weet dat het een soort ‘luxe-probleem’ is, op vakantie gaan en je dan niet op je gemak voelen, maar ik zou er zo graag wat relaxter mee omgaan allemaal.

Tips zijn welkom.

 

 

Vrouwen met autisme

 

Boem! Opeens is het er, overduidelijk.

De Aha-Erlebnis die er altijd nét niet was.

Ik lees veel, over allerlei onderwerpen; romans, tijdschriften, Facebook(on)zin, alles, en opeens kwam mijn zusje aanzetten met dit boek, dat ze me overhandigde met de droge opmerking: “Nou Lin, IK ben het, lees jij het ook maar eens.”

Dat zij en ik, samen met onze vader, er sinds kort van overtuigd zijn dat we ‘Aspergers’ zijn, zorgt er voor dat ze deze opmerking bij het boek maakte.

“Vrouwen met autisme”, geschreven door journaliste en schrijfster Bronja Prazdny. Dertien vrouwen, variërend in leeftijd van 19 tot 46, vertellen hun levensverhaal, van kind-zijn via de diagnose autisme naar hun leven tegenwoordig. Als eerste pikte ik uit deze dertien vrouwen het verhaal van mijn favoriete schrijfster Judith Visser, gediagnosticeerd met het syndroom van Asperger. Dat ze dat had, begon ik te vermoeden toen ik haar een jaar geleden ontmoette bij de speciale promotie van haar tiende boek in een grachtenpand in Amsterdam. Dat ze ook echt een ‘Asperger’ was, las ik kort daarna in een interview in een tijdschrift. Zie je wel, was mijn eerste reactie.

 

Vier jaar geleden (ik was toen 36) raakte ik overspannen. In de vierde week van het schooljaar liep juf Linda na schooltijd zó de klas uit en keerde ze er niet meer terug. Mijn stressniveau en hoofdpijnen waren dusdanig ernstig dat ik per direct moest stoppen. Dankzij mijn neuroloog heb ik dat ook aangedurfd.

In de vier jaren die volgden heb ik uitgerust, mijn gezin verzorgd, veel gelezen en me afgevraagd wat er toch met me aan de hand kon zijn. Ik kon dat onderdeel niet laten rusten, ik wilde weten wát nu precies die burn-out veroorzaakt had; je loopt immers niet zomaar je klas uit waar 18 kinderen zich de volgende dag vertwijfeld afvragen waar de juf is gebleven.

 

Ik liet een test doen bij een psycholoog van PsyQ en die bevestigde wat ik al dacht: ADHD. Het hoge woord kwam eruit: als ik geen medicijnen zou gaan slikken, zouden ze me daar niet kunnen helpen. Nou, dan moet je míj hebben. Als ik iets MOET dan is het gauw over. Ik zei ze daar vaarwel en ging op eigen houtje op zoek naar…ja naar wat eigenlijk? Naar RUST vooral. Naar overzicht op mijn leven. Ik begon dingen uit de weg te gaan, prikkels te ontlopen. Ik vermoedde dat uit de weg gaan niet de beste oplossing is, maar voor mij werkte het op dat moment wel. Hoe heb ik het in godsnaam bijna 15 jaar volgehouden in het basisonderwijs? vroeg ik me vertwijfeld af,

waar elke dag wel tig onverwachte dingen gebeuren, waar niets vaststaat, waar het team (over)enthousiast dingen organiseert, waar geen regelmaat heerst. En als ik terugdenk aan het geroezemoes, de vele stemmen door elkaar heen: juf …juffrouw…juhuuuuuuf! Ik neem het niemand kwalijk, maar ik kon er niet meer tegen. Thuis kon ik het niet aan dat mijn man onregelmatige diensten had op zijn werk, die zo mogelijk nóg onregelmatiger konden worden (ja, dat bestaat), en ik snauwde en chagrijnde wat af.

Met onze twee kinderen ging het gelukkig wel goed, maar ik gunde ze wel een iets vrolijker moeder, want in feite was ik dat ook. Maar toen even niet.

 

Nu zijn we vier jaar verder en schrijf ik deze blog. Omdat ik dat het liefst doe, schrijven. Omdat ik het eigenlijk ook wil ontlopen, zoals alles waar ik ‘bang’ voor ben. Bang dat het me opslokt, bang voor het niet-kunnen en bang voor de waarheid misschien?

 

Wat heb ik allemaal ontdekt over mezelf?

Het ligt niet allemaal aan mijzelf, het is niet mijn schuld. Kon ik het helpen dat ik aan migraine leed, ADHD bleek te hebben en de ziekte van Crohn bij me droeg? Mijn darmen werkten amper, ik nam geen voedingsstoffen meer op. Daarom was ik zo dun en altijd moe (chronische vitamine B12- en ijzertekort). Ik zei tegen iedereen die het maar horen wilde: “Het is maar goed dat ik niet meer werk, want ik zou de hele tijd vrij moeten nemen om naar het ziekenhuis te gaan!”

Ik moest namelijk vaak bloed laten prikken, bezocht in het begin de ARBO-arts, psychologen (drie verschillende), de neuroloog en de MDL-arts (Maag, Darm, Lever arts). O ja, en ik ging ook naar de Loopbaancoach.

 

Mensen die me vroegen of ik me niet verveelde thuis, had ik graag aan de hand genomen langs dit rijtje specialisten. Ze bedoelden het goed, konden zichzelf simpelweg niet thuisblijvend voorstellen, maar ik voelde me er (steeds) beter bij.

Ik kon me richten op mezelf, en mijn gezin. Iedereen had er profijt van. Alles floreerde en dat was precies wat ik nodig had, waar ik naar verlangde. Maar ik begreep het nog steeds niet helemaal. Kon het niet laten te blijven graven in mijn diagnose ADHD, die niet op alle punten klopt. En ik blijf maar piekeren: als ik écht weet wat er met me is, kan ik me er in verdiepen en het BEGRIJPEN. Pas dan zal ik naar een oplossing toe kunnen werken en er anderen over vertellen.

 

Toen mijn zusje mij onlangs dus dit boek gaf was er plotsklaps de (h)erkenning. Ik was er al van overtuigd dat autisme en ADHD een grote samenhang hebben, en ik noemde mezelf (en mijn zusje en vader) altijd al gekscherend ‘auti’, maar in dit boek stonden zóveel herkenbare verhalen…niet normaal meer.

En dat klopt ook. ‘Normaal’ ben ik niet en dat is maar goed ook. Anders was ik waarschijnlijk een saaiere versie van mezelf. Nu valt er met mij altijd wat te beleven. Vooral ook omdat ik erg druk word van mensen om mij heen. Die denken dan dat ik altijd zo doe, maar zij ‘triggeren’ dat gedrag bij mij. Ik kom wel over als enthousiast, maar ook als piekeraar. Degene die altijd beren op de weg ziet.

 

Lees maar eens wat op de achterkant van het boek geschreven staat: voor mij is dit alles zó herkenbaar. In mijn volgende blog zal ik wat kenmerken van mij toelichten aan de hand van dingen die in het boek genoemd worden. Ik heb legio voorbeelden. Misschien herken jij je er ook in?

 

 

 

 

 

 

 

Do’s en Don’ts van een schoolpleinvader

Lieve schoolpleinvaders,

Wat vervelend voor jullie dat als je op Google intypt: schoolpleinvaders, de eerste opmerking luidt: Bedoelde u: schoolpleinmoeders.

Daar begint de ellende al; jullie worden niet erkend in jullie soort.

Misschien fijn om te weten dat er een club voor jullie is opgericht, een heuse vereniging van schoolpleinvaders.

Als ervaren schoolpleinmoeder wil ik jullie tips geven over hoe je als schoolpleinvader het beste overkomt op anderen, of in ieder geval op mij. Ik observeer graag en speur bijna elke dag het plein af naar voorbeeld-vaders.

Ik begin graag met de Don’ts, zodat de Do’s er zo meteen beter uitspringen:

 

  1. Ga niet luidruchtig en populair met andere ouders praten. Je valt als vader op het plein heus wel op, hoor.
  2. Ga niet door met je werk, oftewel ga niet quasi-interessant telefoneren op het plein.
  3. Ga niet overdreven met je peuter spelen en praten in de trant van: “Ja schatje knap hoor, klim maar niet te hoog, dadelijk val je.
  4. Kom lopend of met de fiets, tenzij het niet anders kan. Als je toch je auto wil laten zien, parkeer deze dan netjes en niet asociaal.
  5. Kom niet in je chill-kloffie naar school.

 

Op naar de Do’s, zodat je gezien en gewaardeerd wordt door de ‘kritische’ moeders zoals ik:

 

  1. Verzorg jezelf een beetje! Wij schoolpleinmoeders kijken graag naar een verzorgde vader., niet eentje die de hoop op een beter leven al heeft opgegeven.
  2. Straal uit dat je zin hebt om op dat plein te staan. Over een paar jaar is dat voorbij, dan hebben de kinderen je niet meer nodig.
  3. Ga gezellig staan kletsen met een groepje ouders of houd je een beetje nonchalant-afzijdig. Voor beide varianten valt wat te zeggen.
  4. Ontvang je kinderen enthousiast. Een kind dat in papa’s armen springt is het mooiste om te zien vind ik.
  5. Zorg dat men weet dat je gescheiden bent. Vrouwen vinden je ‘zielig’ (tenzij jij de aanstichter was van de scheiding) en dat werkt als een magneet op de moeders om je heen.

 

Wees er trots op dat je schoolpleinvader bent, ook al is dat maar één keer in de week. Zoals ik al zei, de kinderen zijn groot voordat je het weet en dan hoef je niet eens meer op dat plein te staan.

Wil je nog wat meer opvallen als vader, help dan eens een handje op school. De juffen zullen dat zeker waarderen. Een enkele meester vast ook wel. Toen ik nog juf was, bespraken we onderling heus wel wie we de leukste/knapste vader vonden, hoor! De meningen en smaken waren overigens sterk verdeeld. Ik wens jullie sterkte en veel succes met mijn tips, zodat je fijne schoolpleinmomenten kunt beleven.

 

 

 

 

 

 

'Ich bin ein Berliner'

Met bovenstaande woorden liet president John F. Kennedy in 1963 aan de wereld weten hoe 'maf' het idee van 'die Mauer' eigenlijk was. Ik ben het helemaal met hem eens. Hoe is het mogelijk dat dit kon gebeuren,

nu de Tweede Wereldoorlog achter de rug was?

Deze week was ik voor het eerst in Berlijn. Samen met Willem, even samen op pad zonder kinderen en hond. Wist híj veel dat ik allerlei musea- en monumentenbezoeken op mijn 'agenda' had staan. Hij liet zich gewillig meevoeren door mij. De eerste avond liepen we al door het Joodse museum, in het donker met onze voeten over de 10.000 metalen gezichten die de Joodse Holocaust-slachtoffers voorstellen.

De dag erna voerde mijn agenda ons langs de betonnen blokken en het bijbehorende ondergrondse museum dat eveneens de Joodse slachtoffers gedenkt. We liepen vanaf het station, der Hauptbahnhof (prachtige architectuur), via het regeringskwartier onder de Brandenburger Tor door. Wát een hoop geschiedenis voelde en zag je hier in Berlijn!

We aten op een bankje op de Gendarmenmarkt onze broodjes en ontdekten hoe leuk de Friedrichstrasse is. In een mooie boekwinkel rustten we even uit. Ik drukte Willem een boek over motoren in zijn handen waar hij mee moest poseren voor de foto. Ik weerstond de behoefte een tas te kopen waar de tekst 'I like big books and I cannot lie' op stond.

Erg Duits was die tas niet. Evenals goedkoop.

Een dag later bevond ik me tussen twee muurdelen in, aan de oever van de Spree en maakte Willem (op mijn commando) een foto. Oost versus West, wát een indrukwekkend verhaal. Later op de dag in het museum bij Checkpoint Charlie ontdekten we pas écht hoe ellendig die Mauer was. En hoe heldhaftig alle verhalen zijn van mensen die over of onder de muur gingen. Op weg naar familie en/of de vrijheid.

Na een bezoekje aan de Gedächtniskirche was het tijd voor 'luchtig vermaak' en liepen we een heel eind over de Kurfürstendamm, de winkelboulevard. Gelukkig vind ik auto's ook interessant, want ik zag Willem al glunderen bij de Audi's op straat en de Rolls-Royces in de winkel. Na  aankoop van een T-shirt met de tekst 'Lost in Berlin' bedacht ik me hoe wáár die tekst is. Je raakt verloren in Berlijn.

Je bent er van onder de indruk en je vergeet deze stad nooit meer. Ik heb vooral het gevoel dat ik veel gemist heb. Er is zóveel te zien en te leren daar.

Wie dit leest mag mij in een reactie op deze site vertellen over zijn/haar Berlijnse ervaring, kom maar op!

 

 

 

 

Dit stukje/deze brief heb ik geschreven voor een nieuwsbrief van Kamp Vught die binnenkort verschijnt.

Lieve Ella,

Zodra je tien jaar was, zou ik je meenemen naar Kamp Vught.

Ik moest me inhouden om niet al eerder met jou te gaan, omdat je zo wijs overkomt voor je leeftijd. Maar wijs is niet genoeg om Kamp Vught te kunnen ‘beleven’.

Onlangs was het zover.

We reden samen vanuit Eindhoven langs het prachtige water en door de groene omgeving van Vught. Dáár haalde ik je al uit de ‘droom’ door te vertellen dat de gevangenen vanaf het station Vught werden opgejaagd richting het kamp.

Ik had jou de avond voor ons bezoek voorbereid door je mijn zelfgeschreven verhaal

‘Weg uit Vught’ voor te lezen. In mijn verhaal bezoekt een meisje met haar klas het kamp en wordt ze rondgeleid langs alle bezienswaardigheden.

Het meisje krijgt de schrik van haar leven als een kind van haar leeftijd verschijnt en vertelt dat het 1943 is en zíi in het kamp opgesloten zit omdat ze joods is.

Je vond mijn verhaal prachtig en vroeg me of ik het aan jouw groep 7 wil voorlezen en ik beloof je, dat ga ik doen.

Je had je eigen fototoestel bij je, maar gaf dat al gauw aan mij, omdat je dan beter alles kon bekijken. Wat je wel al vastgelegd had waren een wachttoren en een damesschoen.

De schoen, zo legde ik uit, had een vrouw moeten afgeven omdat alle spullen ingeleverd moesten worden zodra je in het kamp aankwam. Hoe leg je aan een weldenkend mens uit dat je persoonlijke spullen van je werden afgepakt omdat je joods was, homoseksueel of politiek gezind? Dat je niet meer mens mocht zijn, maar slechts een nummer voorstelde dat ook nog eens in je arm getatoeëerd werd.

We kwamen aan bij de plek die de meeste indruk op jou maakte: de barak. De stenen wastafels, de houten tafels en banken en de rijen met stapelbedden. Jij en ik waren de enige bezoekers op dat moment en de stilte was oorverdovend. Bij het Kindermonument legde jij een glimmend rood steentje neer voor alle joodse kinderen die op transport zijn gegaan, in juni 1943.

Je houdt je spreekbeurt over kamp Vught en ik ben trots op jou, Ella.

Wat mooi dat jij jouw klasgenoten wil vertellen wat onschuldige mensen is aangedaan, zodat als zij in groep 8 het kamp bezoeken, al een beetje weten wat er komen gaat.

Je mama Linda

 

 

Tien jaar mama                     

Tien jaar geleden had ik het geluk moeder te worden.

En acht jaar geleden nog een keer. Kun je eigenlijk wel tweemaal moeder worden? Ach ja, bij deze. Deze week werd ik 40 jaar en het voelt als een mijlpaal. Nee, ik moet het anders zeggen: ik vind 40 oud!

Alles op een rijtje

Ik wil graag op een rijtje zetten wat ik als moeder tot nu toe beleefd heb. Gewoon om te beseffen wat je als moeder allemaal doormaakt. Dat ik dat wil komt mede door alle blogs die ik op deze site lees over (nieuwe) moeders en hun belevenissen. Maar ook gewoon omdat ik nu al tien jaar ervaring heb. Zelf verloor ik mijn moeder toen ik net twaalf was, misschien speelt dat ook mee. Ik maak gewoon eens een lijstje.

 

  • Mijn eerste zwangerschap eindigde met 8 weken in een miskraam. Ik was vooral blij dat ik zwanger KON worden.
  • Tijdens mijn tweede zwangerschap voelde ik me geweldig. De buik werd niet immens dik, ik voelde me goed en energiek en keek verlangend uit naar mijn eerste kind.
  • De bevalling verliep vlot. Ik wilde graag in het ziekenhuis bevallen. Onbewust hield ik alles tegen omdat we nog thuis waren. Eenmaal in het ziekenhuis was onze dochter snel geboren.
  • Anderhalf jaar genoten we van het hebben van één kind, toen we graag wilden proberen een tweede te ‘maken’.
  • Na weer een voorbeeldige zwangerschap (mijn beeld zal na 8 jaar vast een beetje vertroebeld zijn) werd thuis onze zoon geboren. Ik had nog zó gezegd: in het ziekenhuis! De verloskundige durfde niet te zeggen dat we dát niet meer gingen halen.
  • Ik was na het krijgen van mijn eerste kind parttime gaan werken op de basisschool. Mijn man werkte onregelmatig en fulltime. De kinderen gingen twee dagen naar het kinderdagverblijf. Ik heb dat altijd moeilijk gevonden. Ik wilde zélf voor ze zorgen.
  • Met mijn dochter waren er geen problemen, mijn zoontje daarentegen leek vaak krampen te hebben, at en sliep niet goed en huilde best veel. We hebben minstens twee jaar op onze tenen gelopen. In het ziekenhuis konden ze niks vinden dat verklaarde waarom hij (ook nu op zijn achtste) de kleinste en lichtste van de klas is.
  • Toen mijn dochter in groep 4 en zoontje in groep 1 zaten, kreeg ik een burn-out en stopte ik met mijn werk als juf. Ik wilde alleen nog maar moeder zijn! Ik heb het altijd zo gevoeld. Die ‘taak’ kostte me al mijn energie en die kon ik niet ook nog ‘verspelen’ aan een baan buitenshuis.
  • Waarom ik werk en thuis niet kon combineren, bleek later toen mijn gezondheid een dieptepunt had bereikt: ik bleek ADHD, migraine en de ziekte van Crohn te hebben. Zó, daar was ik mooi klaar mee.
  • Mijn kinderen zitten nu in groep 7 en 4. Ze gaan graag naar school en lijken erg gelukkig te zijn. We kijken al voorzichtig naar middelbare scholen en naar (andere) sporten die ze willen beoefenen. Daar ligt het ‘zwaartepunt’ op dit moment. De thuissituatie is redelijk stabiel en overzichtelijk. Daar heb ik wel voor gevochten. Ik wil graag dat iedereen doet wat hij leuk vindt en daar gelukkig mee is.
  • Na tien jaar ervaring met moeder-zijn kan ik concluderen dat mijn leerpunt is om de kinderen wat meer los te laten. Ik WIL het niet, maar zie wel dat vooral de oudste dat wel nodig heeft. Omdat ik bijna altijd thuis ben en me overal mee bemoei (control freak) en ik toch graag een vlotte moeder wil blijven, zal ik er aan moeten geloven.

Tien jaar verder

Ik ben 40 maar zeker geen ‘oud wijf’. Haha, ik wil deze zin gewoon even zwart-wit zien staan. Ik ben denk ik een ruimdenkende, hippe moeder die haar kinderen iets meer moet laten gaan. Zou ik deze tien jaar opnieuw mogen beleven, dan zou ik hetzelfde doen. Ik zou wel gestopt zijn met werken toen de eerste geboren werd. Maar wijsheid komt met de jaren en ik ben een hoop ervaringen rijker. Op naar de volgende 40 jaar.

 

Autisme voor iedereen

 

Zojuist zag ik de documentaire ‘Focus’ waarin de Britse professor Uta Frith haar kijk op autisme weergeeft. Ze heeft haar levenswerk gemaakt  van onderzoek doen naar autisme en laat hier zien hoe autisten de wereld ervaren en legt ontmoetingen met hen vast.

Lezing

De meeste herkenning vind ik in de vrouw die lezingen geeft over haar autisme. Ze geeft zelf aan dat ze goed is in lezingen geven omdat het eenrichtingsverkeer is. Zij vertelt en het publiek luistert. Ze bestudeert haar leven lang bewust de interactie tussen mensen in sociale situaties. Hierdoor is ze in staat haar autisme enigszins te maskeren in het dagelijks leven.

Op een lijn van 0 (geen auti-kenmerken) tot 50 (alle auti-kenmerken) staat de gemiddelde mens op 25. Als je autisten tussen 25 en 50 plaatst, krijg je eigenlijk een heel normale curve. Zo ziet de maatschappij eruit. Iedereen heeft wel wat weg van ‘autistisch gedrag’, maar pas als je er hinder van ondervindt, zou je het label ‘autistisch’ kunnen dragen is een mening in de documentaire.

Op school

Ik vind mijzelf enigszins een autist, aangezien ik ervan overtuigd ben dat autisme en ADHD sterk samenhangen. Ik zie veel Asperger-kenmerken bij mezelf. Net als die vrouw die de lezingen geeft. Toen ik als juf op de basisschool werkte, had ik voordat de schooldag begon die hele dag al doorlopen in mijn hoofd. Welke situaties kunnen zich voordoen, wat gebeurt er bij die les als ik zus of zo doe? Voordat de lessen begonnen waren was ik al ‘uitgeput’ van die dag en ik was de drempel nog niet eens over! Daarbij veranderden mijn collega’s dikwijls de volgorde van lessen -wat ik dan ook moest doen- waardoor het hele schema in de war raakte. Ik heb ook vaak tegen mijn collega’s gezegd dat ik, in de 15 jaren dat ik met hen werkte, veel sociaal gedrag bij hen had afgekeken. Mezelf continu afvragend waarom bepaalde dingen moesten gebeuren. Wie bepaalt dat je iemand moet feliciteren op zijn verjaardag? Ik wist dat een persoon dat helemaal niet fijn vond, al dat gezoen (dat had ze mij zelf verteld). Waarom hoort iemand er niet bij als hij besluit niet in de lerarenkamer maar in zijn klas te lunchen? Ik keek alles jarenlang met verbazing en interesse aan. Ik heb me altijd thuis gevoeld op die school. Het was er vertrouwd en ik kon goed met de collega’s en kinderen opschieten, op mijn manier.

Ik heb mezelf vaak de vraag gesteld waarom in een verklaring wil hebben voor mijn gedrag en denkwijzen. Ik heb houvast aan ‘labels’. Ik kan me gericht verdiepen in literatuur over stoornissen en ziektes. Ik kan lachen om mijn eigen gedrag. Ik kan er soms ook erg somber van worden. De ene keer vind ik het leuk anders dan anderen te zijn, de andere keer zit het me dwars. Ik zeg ook tegen mezelf en anderen: een stoornis hebben is niet erg, mits je er zelf geen hinder van ondervindt. In een volgende blog zal ik mijn hinder proberen te omschrijven.

 

 

Help, mijn kind is online

Onlangs woonde ik op school een ouderavond bij over ‘mijn kind op sociale media’.

Daarbij kwamen vele sociale media aan bod, waaronder Facebook, What’s app en MovieStarPlanet (MSP). Het ging over mediawijsheid, (online)pesten en over hoe ouders het best hun kind kunnen instrueren over internet. Want steeds vaker gebeurt het andersom; het kind (ja, ook dat van 10 jaar) weet meer dan de ouders over deze onderwerpen.

Gevaren van internet

Wat bij kinderen ontbreekt is het besef wat voor gevaar internet kan opleveren. Hoe zit het met je privacy? Wat gebeurt er met jouw foto’s? Wat bedoelt je vriendin met die ene zin die ze schreef? Is dit nu een dreigement van een klasgenoot? Dit soort vragen moet met je kind besproken worden. De manier die ik gebruik om te weten wat mijn dochter (groep 7) op internet uitspookt, is om te vragen of ze mij kan uitleggen hoe een spel werkt. Of het nu gaat om Minecraft (dingen bouwen) of MovieStarPlanet (mode en chat), je moet echt in de gaten houden wat je kind doet. Op de vragende manier toon je interesse en kom je er spelenderwijs achter.

Misbruik van wachtwoord

Ik betrap mezelf er steeds meer op dat ik mijn kinderen maar gewoon ‘laat spelen’ in de hoop dat ze het me vertellen als er iets aan de hand is. Dat is al een aantal keer gebeurd, maar mijn dochter vertelde het toen niet direct. We merkten aan haar dat er iets gaande was, en na het stellen van vragen kwam de aap uit de mouw: Ella had haar wachtwoord voor MSP aan een vriendin gegeven en die ‘vriendin’ had uit háár naam vervelende berichten naar een andere vriendin gestuurd! Die laatste vond het vreemd dat Ella opeens zoveel spelfouten maakte en een rare toon aansloeg. Dat meisje waarschuwde haar ouders en ik kwam erachter wat er gebeurd was. Ik heb de moeder van de ‘wachtwoordmisbruiker’ op de hoogte gesteld en samen zijn we met de meiden gaan praten.

 

Op de website http://mijnkindonline.nl/ staan allerlei tips voor ouders en leerkrachten om met internetgebruik van hun kinderen om te gaan. Het is een kenniscentrum jeugd en (digitale) media.

 

 

Wát nou, middelbare school?                       

 

Wanneer ga je als ouder nadenken over de vervolgopleiding van je kind? Ik was er nog niet zo mee bezig toen mijn dochter in groep 6 zat. Ze was immers pas negen. Totdat ik een moeder van school sprak die mij vertelde dat je in (het begin van) groep 7 al kunt gaan kijken bij een school. Dat ik dáár niet over had nagedacht vond ik stom van mezelf.

 

Informatie-avond

Nu zit mijn dochter (onlangs tien jaar geworden) ruim twee maanden in groep 7. Ik ontdekte dat de middelbare school waar ik zelf op heb gezeten een informatie-avond hield. Ik vroeg links en rechts aan andere ouders of zij daarvan wisten. Tot mijn opluchting was het antwoord bij de meesten: nee. Maar kennelijk had ik toch wat losgekregen bij enkele moeders, want voor ik het wist zat ik met twee van hen met een plastic bekertje hete thee in de hal van de ‘grote’ school. We luisterden naar termen als mentor, culturele en sportieve extra’s, tweetalig onderwijs en het verschil tussen de termen vmbo-t en mavo (dat verschil is er eigenlijk niet). Een honderdtal volwassenen luisterde naar het ‘verkoop’praatje van twee menoren, terwijl mijn gedachten afdwaalden.

 

Love story

1993, eindexamenjaar VWO. Dezelfde lokatie als waar ik me op dit moment bevond.

Ik besefte dat ik mijn medeleerlingen niet meer vaak zou zien als ik ging studeren. Eén van hen wilde ik helemaal niet missen. De gedachte alleen al…hij en ik dachten er kennelijk hetzelfde over, want vlak na de eindexamens kregen we verkering. Hoe dat liefdesverhaal is afgelopen? We zijn nu 21 jaar verder, getrouwd (ja met elkaar), hebben twee kinderen en een hond en zijn voorzichtig op zoek naar een school voor onze tienjarige dochter. Waarschijnlijk wordt dat dezelfde als waar haar ouders elkaar ontmoet hebben. En waar haar oom werkt en een vriend van haar ouders tekenles geeft. Lekker vertrouwd. Maar de reden die Ella zelf opgeeft is natuurlijk: mijn vriendinnen gaan daar ook heen. Ze denkt ook dat ze tweetalig onderwijs wil gaan volgen, waarop ik steevast antwoord dat ze ook Engels kan leren van de televisie, net als ik vroeger deed.

Voor mijn dochter is de keuze gelukkig simpel: ‘Ik ga naar de school waar mijn vriendinnen heen gaan, ik doe veel in het Engels, en ik kom ook nog eens mijn oom tegen. Gezellig toch?’ ‘O ja,’ zei ze er achteraan, ‘Ik vind het ook leuk dat we dan ook op vakantie gaan!’ ‘Vakantie?’ reageerde ik verbluft. ‘Nou ja, schoolreis dan,’ verduidelijkte Ella. ‘Nee, schat, dat is een stú-die-reis.’ ‘Ook goed,’ mompelde ze.

 

Open Dagen

Ach, waar ben ik mee bezig? Met de informatie-avond wilde ik vooral zelf weer even de sfeer van mijn oude school proeven. En natuurlijk horen wat er veranderd is in die 21 jaar dat ik er weg ben. Ik ben blij te horen dat de Cito-uitslag niet meer allesbepalend zal zijn. Dat de leerkrachten eindelijk serieus genomen worden en hún advies de boventoon zal voeren.

In de winter houden scholen in Eindhoven Open Dagen en daar wil ik toch graag met Ella naartoe. Ik heb nog een andere school voor ogen (ook in de buurt van huis) die ik ook wil bekijken. Ik ben er van overtuigd dat de sfeer in een school veel bepaalt. Ouders, luister naar je gevoel als je een school moet kiezen. En een beetje naar je kind.

 

 

De geheimen van Nederlandse kinderen

Volgens Unicef zijn Nederlandse kinderen de gelukkigste van de wereld. Kunnen wij onszelf vinden in deze acht generaliserende geheimen?

1 Wij, de ouders, zijn zelf heel erg gelukkig

Er is een World Happiness Report uitgekomen waarin Nederland op de vierde plaats komt van gelukkigste naties van de wereld. En ja, daar komen gelukkige kinderen van.

2 Nederlandse moeders worden niet depressief

Omdat wij in Nederland zelf mogen kiezen voor onze partners, religie, seksualiteit, softdrugs(!) en alles mogen zeggen, maakt dat ons gelukkig. Wij hebben een goede balans in werk en vrije tijd. Psychologe en journaliste Ellen de Bruin beweert dat wij niet veel geven om glamour, gastvrijheid en charme én het boeit ons niet zoveel hoe we gekleed gaan; we fietsen veel dus kleding moet lekker zitten.

3 Nederlandse vaders zijn gelijkwaardig aan moeders en werken ook part-time

Volgens een artikel in New York Times zijn de Hollandse vaders toegewijd en delen zij veel taken met de moeder. Vaders hebben een 'papadag'. 

4 Nederlandse kinderen voelen geen prestatiedruk en ervaren weinig stress.

School vraagt niet veel van de kinderen; er is weinig huiswerk, zeker op de basisschool. Onze kinderen hebben genoeg vrije tijd na school.

5 Nederlandse kinderen mogen elke ochtend wit brood met hagelslag eten!

De lunch bestaat uit (wit) brood met kaas of ham. Wij weten wél goed hoe het hoort; we eten gezellig samen met het gezin wat erg gelukkig maakt.

6 Wij hebben het recht onze eigen mening te geven 

Nederlandse ouders luisteren naar hun kinderen. Vanaf het moment dat kinderen een mening kunnen formuleren luisteren wij naar ze.

7 We hebben 'Omadag'!

Oma neemt een belangrijk deel van de opvang en opvoeding voor haar rekening. Dankzij oma kunnen de vader en moeder een goede balans in werk en vrije tijd vinden. Dat oma er is geeft kinderen kennelijk ook een goed zelfbeeld.

8 De Nederlandse regering geeft kinderbijslag en allerlei toeslagen

Punt.

Bovenstaande werpt natuurlijk een hoop vragen op en wordt weinig genuanceerd gebracht. Er wordt bijvoorbeeld met geen woord wordt gerept over niet-standaard gezinnen en kennelijk weet men precies wat wij als ontbijt eten. Nederlandse ouders, zie maar waar je jezelf in herkent. Neem bovenstaande met een korreltje zout maar bedenk één ding: we doen het goed met z'n allen!

 

Laat jij je kind sporten? Deel 2  

Een paar maanden geleden beschreef ik mijn dilemma omtrent het sporten van mijn kinderen. Over mijn eigen sportleven hoef ik het niet te hebben; dat heb ik niet. Hoewel, ik wandel veel met de hond en ik fiets graag.

Er hebben wat veranderingen plaatsgevonden in ons gezin. Mijn dochter is inmiddels 10 jaar en gaat één avond per week een uur turnen. Ze heeft ook keyboardles, een half uur per week. Bij mijn zoontje van 7 is iets onverwacht gebeurd: hij zit op tennisles in afwachting van zijn keuze voor de sport waar hij écht voor wil gaan. Die heeft hij plotseling ontdekt. Voetbal! Telkens als wij opperden of voetbal niks voor hem was, antwoordde hij steevast: ‘Nee, dat is niks voor mij. Dat vind ik te lomp.’ Tot het moment waarop in juni het WK voetbal begon. Wie juichte het hardst van allemaal? Willem! De jongen die voetbal niks vond, was in één klap enthousiast. Over intrinsieke motivatie gesproken. Het idee om op voetbal te gaan kwam dus echt van hemzelf. Prachtig vind ik dat, dat een kind plotseling kan weten wat hij wil doen. Hij ging opeens meevoetballen met de kinderen op school. Hij sprak met een ander vriendje af dan normaal; een die wél van voetbal houdt en die hij voorheen te lomp vond.

Wij vroegen een vriend van ons, die de ‘F-jes’ traint, of Willem een keer mee mocht trainen om te zien of hij het leuk vond. Dat hebben we geweten. Hij is niet meer te stoppen. Dag in dag uit speelt hij voetbal op die spillebeentjes van ‘m. Door mijn hoofd klinkt elke dag Boudewijn de Groot als een mantra: ‘Als hij maar geen voetballer wordt, ze schoppen hem misschien halfdood…’ Op maandag- en woensdagavond traint hij een uur en op zaterdagochtend speelt hij een wedstrijd. Drie keer in de week! En dan tennist hij ook nog een uur. Tot aan de volgende maand, dan stopt hij ermee. Niet omdat hij dat graag wil, maar omdat ik het teveel van het goede vind. En dan bedoel ik het qua tijd, moeite én kosten. Opa wil de sporten van zijn kleinkinderen wel sponsoren, wat ik erg waardeer, maar genoeg is genoeg. Mijn zoontje lijkt het oké te vinden dat tennis ophoudt, ook al is hij erg goed in. 

Dit brengt mij op een volgend dilemma (ik heb er genoeg): hoe ver ga je als ouders in het stimuleren van een sport/muziekinstrument? Het voetbalvoorbeeld toont aan dat een kind écht vanuit zichzelf een keuze kan maken en er dan vol voor gaat. Bij onze dochter is het zo dat de keuze voor keyboardles niet echt vanuit haarzelf kwam. Wij, haar ouders, willen haar graag een muzikale opvoeding geven en dachten die te vinden in het keyboard. We zien dat ze muzikaal is, de lessen van de juf zó oppikt, maar…ze wil niet oefenen. Ze gaat niet vrijwillig achter haar keyboard zitten. Het gaat hier thuis van motiveren tot dwingen en andersom. En dan zit madam doodleuk bij de juf en lijkt het alsof ze goed geoefend heeft. We denken dat het ook met faalangst te maken heeft. Moeten we het zo laten? Elke week een (dure) les volgen, de hele week niks zeggen (dat geldt voor ons) en kijken wat ze bij de juf presteert? Haar belonen wanneer ze speelt, wachten tot ze gemotiveerd raakt? Of het opgeven en stoppen?  

 

Flexibel (thuis)werken: vrouwen vs mannen

Op Twitter las ik een artikel uit het Amerikaanse ELLE Magazine over flexibel werken. "Wie heeft hier baat bij? NIET de vrouwen", was de inleiding. Mijn aandacht was getrokken.

Met een flexibel werkschema kun je omhoog klimmen op de werkladder en tóch je kind op tijd van school halen, waardoor dure opvang niet nodig is. Een droom voor menig werknemer/ouder. Dan lees ik het addertje: je (toekomstige) baas moet dit allemaal maar willen; tenminste als je vrouw bent. Onderzoekers van een universiteit in South Carolina hebben een test gedaan waarbij zowel mannen als vrouwen bij een sollicitatiegesprek het flexibel werken opperde. Vroeg starten en vroeg stoppen. En ook nog thuiswerken als het kon. De aanvraag gold voor de zorg voor kind(eren) of voor andere redenen. Mannelijke sollicitanten die thuiswerken aanvroegen om tevens voor hun kind te zorgen werden eerder aangenomen dan mannen die het om andere redenen aanvroegen. En al hélemaal eerder dan de vrouwen. De mannen die 'wonnen' werden meer betrokken en promotiewaardig gevonden en gerespecteerd dan de vrouwen. Hoe dat kan? De volgende verklaring werd gegeven: Het komt allemaal neer op stereotypen. De vrouw doet waarschijnlijk meer huishoudelijke taken dan de man en als ze dan óók nog voor de kinderen moet zorgen krijgt ze haar (betaalde) werk vast niet gedaan thuis! Mannen genieten daarnaast ook nog extra respect als ze voor de kinderen willen zorgen omdat ze dat 'normaal' eigenlijk niet doen.

Is dit een Amerikaans fenomeen of zijn wij er in Nederland net zo erg aan toe? Zelf kom ik uit het (basis)onderwijs en daar bestaat geen enkele flexibiliteit omtrent (thuis)werken. Ja, je moet wel thuiswerken om je lessen voor te bereiden en werk na te kijken. In je eigen tijd. Ik ken twee mensen die thuiswerken: een man die een hoge functie bij de GGD heeft en een dag thuis kan werken terwijl de kinderen op de opvang zijn en een vrouw die een dag thuiswerkt (als ambulant begeleider) als haar kind op school is. Ik ga hen eens vragen op welke gronden zij thuis konden werken en of het ze bevalt. Ondertussen ben ik benieuwd naar andere verhalen. Kun jij thuiswerken? Met of zonder kinderen erbij? Hoe reageerde je baas daarop? Laat ik afsluiten met de opmerking dat ikzelf héél flexibel thuis werk, juist omdat ik geen baan heb.

 

Hoe laat ik ze steeds losser?

Controlfreak en angsthaas. Deze woorden komen in mij op als ik aan mijzelf en mijn kinderen denk. Hoe oud moeten ze zijn wil ik ze wat meer ruimte geven? Ik ben er nog niet helemaal uit.

Op internet zoek ik naar "loslaten" en ik kom direct allerlei cursussen tegen om dit te leren. Nee, daar heb ik geen zin in. Wél wil ik weten hoe anderen er tegenaan kijken. Ik vind onderstaande redenering en kan hier wel wat mee: "Wanneer kinderen onvoldoende losgelaten worden, krijgen ze weinig ruimte om zichzelf te ontwikkelen en vertrouwen in hun eigen kunnen op te bouwen. Wanneer kinderen veel dingen uit handen genomen wordt, leren ze niet zelf om te gaan met situaties en kan bij hen het idee ontstaan dat ze dingen niet kunnen, want waarom zouden hun ouders het hun anders niet toestaan? Ouders geven hun kind door steeds een beetje meer los te laten zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel." Er staat een voorbeeld bij van een kind dat bijna nooit zelf naar school heeft gefietst en na groep 8 opeens zelf naar de middelbare school moet gaan. Niet fijn voor zowel ouder als kind. (Hoewel…misschien vindt het kind het prachtig; eindelijk mág ik!)

Mijn man en ik stonden lijnrecht tegenover elkaar met betrekking tot loslaten. Zijn opvoeding is heel vrij geweest en hij croste als kind de hele buurt rond op zijn BMX'je. Mijn ouders leken wel vrij, maar hadden altijd allerlei angsten die ik als kind waarschijnlijk ook wel voelde, maar waar ik me nu pas echt bewust van ben. Dus mijn zusje en ik weken nooit ver van huis en werden erg beschermend opgevoed; er is bij ons zelfs nooit een oppas in huis geweest. Door bepaalde situaties met onze eigen kinderen merken wij dat we beiden water bij de wijn moeten doen wat betreft loslaten. Mijn man heeft onlangs ons zoontje van 7 'even' alleen thuisgelaten voor de TV, terwijl hij onze dochter van 9 ophaalde van een feestje. Dat ophalen duurde veel langer dan verwacht (ongeveer 45 minuten) en onze zoon was een beetje 'beduusd' door de achterdeur het plein opgelopen en in huilen uitgebarsten. Van dit soort situaties krijg ik het spaans benauwd en wil ik er liever niet veel over horen en kan ik slaechts hopen ik dat mijn man hiervan 'geleerd' heeft.

Afgelopen weekend was het toppunt van loslaten en heb ik mezelf overtroffen! Omdat mijn man ook thuis was en ik niet alleen hoefde beslissen, ontstond de situatie dat beide kinderen op pad waren zónder ons. Hoe dat zo kwam? Zoonlief werd gebeld of hij met een vriendje meewilde naar Zuid-Limburg (we wonen zelf in Brabant) om in de stoomtrein te gaan en via de kabel- naar de rodelbaan. Ach ja, toe maar, je bent immers al 7 jongen. Natuurlijk wilde onze dochter nu óók iets leuks gaan doen met een vriendin. Wat een geluk voor haar dat een van haar vriendinnen thuis was en met haar naar het zwembad mocht. ALLEEN, zonder ouders! Nu is het zwembad ons goed bekend en kleinschalig, maar ik hield mijn hart vast. Mijn man bracht de meiden weg en de moeder van de vriendin haalde ze op. Ik wilde het niet meemaken en ben met de hond gaan wandelen om mijn gedachten te verzetten. Op die manier bemoeide ik me er amper mee en zou mijn dochter zich niet gaan ergeren aan mijn 'beschermgedrag'. Een goede oplossing? Voor mijzelf op dat moment wel.

Mijn zoon kwam 's avonds doodmoe maar blij thuis met verhalen over rokende treinen, torenhoge kabelbanen en net-op-tijd-remmende rodelbanen. Mijn dochter kwam frisgewassen en opgewekt nóg later thuis met de mededeling dat het zwemmen erg leuk was geweest. Als klap op de vuurpijl kwam mevrouw met de opmerking: 'Mama, er waren jongens die steeds achter ons aanzaten en toen ik het écht niet meer leuk vond heb ik hem een bitch clap gegeven.'

Het beste voor mij                

'Schweinhond, Arschloch!' Kennelijk zit een andere automobilist Kees en zijn moeder dwars op de weg. Kees houdt niet meer op met schelden op 'de mof'.

De documentaire Het beste voor Kees, volgend op de geniale titel Trainman is een prachtige weergave van het leven van een 44-jarige autist. Eerder was er op TV al Jeroen te zien, die ook autistisch is, maar met een aanzienlijk lager IQ dan Kees. Kees heeft een woordenschat waar je U tegen zegt. En een fascinatie voor treinen. Daarnaast maakt hij prachtige gedetaileerde pentekeningen en maquettes van huizen. Hij woont bij zijn bejaarde ouders die een dagtaak hebben aan voorzien in Kees' behoeftes. Het beste voor Kees, dát is wat ze willen. 'Wil je niet zo hard met de deur slaan? Dat deed je net ook al. Als het weer gebeurt moet ik je verzoeken weg te gaan want ik kan daar niet tegen', krijgt de documentairemaakster te horen. 'Ik kan niet tegen het smakken en slikken van andere mensen dus eet ik alleen. Wieberen, wegwezen dus, want ik ga nu eten.' Last hebben van allerlei prikkels, onverwachte geluiden, angsten; ik herken de problemen. In mindere mate dan Kees weliswaar, maar ze zijn er wel. De tranen rolden over mijn wangen van het lachen toen Kees helemaal los ging op de 'foute Duitser'. Ik belde mijn vader en we konden elkaar bijna niet verstaan door ons eigen gelach. Om Kees maar ook om onszelf. Zo zitten wij ook vaak genoeg samen in de auto.

Autisme bestaat in vele variaties en ik ken eigenlijk geen mens dat ik niet ergens in het brede spectrum kan plaatsen. Gezellig met mij (egocentrisch) in het midden.

              

Griekse cocktail 

Juist op het moment dat ik besloot dat we met de komst van de hond niet meer zonder dat beest op vakantie zouden gaan EN ik na het stoppen van de WW niet meer op meer dan één vakantie per jaar zou gaan nodigden mijn schoonouders ons gezin uit. Gaan jullie in de meivakantie mee naar Griekenland?

Ik had wel eens gekscherend opgemerkt 'Alle mensen die ik ken krijgen van hun (schoon)ouders een reis/feest cadeau met het zoveeljarig huwelijk; wanneer gaan wij?' Onzin natuurlijk, dat is een luxe die niet iedereen zich kan permitteren. En nu het aanbod kwam was mijn eerste reactie was een paniekerige (zoals elke eerste reactie van mij). 'De hond! Ik ga niet zonder haar! Griekenland? Ik wil nooit meer vliegen, veel te eng! Met jouw ouders zo lang op vakantie? En met je zus en haar gezin erbij?' riep ik mijn man toe. Allerlei reacties vlogen om zijn oren. Die allang oostindisch doof zijn. Al sinds onze verkering, 21 jaar geleden, trouwens. En terecht. Dat van die ouders en zus komt voort uit het feit dat we hen al vaker ontmoet hebben op vakanties. Nou ja, we zijn telkens opgespoord en gevolgd. Plaats delict is vrijwel altijd Frankrijk. Geen plek ver genoeg of we waren te traceren. Het lastige vind ik dat ik moeite heb met aanpassen aan anderen en me altijd de vreemde eend in de bijt voel. Zeker bij mijn schoonfamilie. Daar kan ik niemand de schuld van geven, ook al leg ik die wel vaak bij mezelf waardoor mijn vakanties nooit relaxed worden. Tot nu. En hopelijk blijft dat zo. Na het slepende traject tot aan de diagnose Ziekte van Crohn is er wel wat veranderd. Ik denk dat de Prednison niet alleen ontstekingen maar ook onrust aanpakt. En mijn eetgedrag. En mijn gezicht, alias moon face maar hé, dat is tijdelijk. Misschien is al het andere dat ook, helaas. Ik reageer wat minder op prikkels, heb meer energie en sta niet te klappertanden in de Griekse zee (heel apart). Omdat er wi-fi op de Griekse camping is, ben ik wel teveel aan het what's appen, facebooken en foto's aan het maken en versturen. Maar dat is nou eenmaal mijn hobby. En het houdt me van de straat.

 Morgen gaan we naar een van de mooiste stranden ter wereld, volgens de New York Times, hier in de Peloponnesos. En ik zal er weer veel foto's maken, ze via what's app rondstrooien en ervan genieten dat ik kan genieten. En rond het middaguur neem ik braaf mijn cocktailtje medicijnen in. Kalinichta!

 

De diagnose                                                  

Eindelijk heeft het een beetje kunnen bezinken: de diagnose. Ziekte van Crohn. Waarom? Hoe lang al? Hoe komt het dat ik nooit eerder last van mijn darmen had? Ik kwam met duizenden vragen in het ziekenhuis aan. Binnenstebuiten werd ik gekeerd. En teruggevouwen. Die MRI was het toppunt, vreselijk! En weet je wat? Er staat een tweede gepland.

Met een diagnose ben je nog niet klaar. Eigenlijk begint het avontuur dan pas. Een traject met zware medicijnen waaronder Prednison. Best heftig vind ik dat. Maandelijkse afspraken met de MaagDarmLeverarts. En binnenkort dus weer een doofmakende MRI-scan om de dunne darm nóg beter te kunnen bekijken. Als ik in de relativeer-modus sta bedenk ik me dat het erger zou zijn als (mijn) kinderen dit zou overkomen. Nee, dan liever ik. Niet zeuren dus. Maar als relativeren niet lukt baal ik dat ik naast ADHD en migraine ook nog behept ben met deze darmziekte. Zó ongezond leef ik toch niet? Ik probeer veel rust te hebben, weinig prikkels op te zoeken, redelijk gezond te eten. Misschien zou ik meer mogen bewegen, maar fietsen en veel wandelen met de hond tellen toch ook?! Ik ben bezig met de acceptatie, maar dat duurt denk ik nog wel een tijdje. Het ís nou eenmaal zo. Door de medicijnen voel ik me wel beter nu. Een beetje hyper, meer moeite met slapen en een lichte 'moonface' zoals dat zo mooi heet in de bijsluiter van Prednison. Lekker vocht vasthouden in je gezicht. Charmant. Als je me tegenkomt moet je maar beoordelen of je er wat van ziet. Maar ondanks het slechtere slapen voel ik me wel fitter en ben ik niet meer zo lusteloos. Zou het allemaal alleen maar beter worden? Duim maar met me mee.

   

     

Superheld Jules

Mijn zoon houdt van spelletjes met superhelden. Iron man, de Hulk en Spiderman. Ik heb deze week míjn superheld ontmoet. Een bejaarde man.Waarom die zo bijzonder is? Hij heeft de tweede wereldoorlog overleefd. En HOE!

Jules Schelvis is een Joodse man, een drukker met een goede opleiding, uit Amsterdam; een man wiens ongelooflijke geschiedenis mij uitermate fascineert. Op 93-jarige leeftijd komt hij naar Nationaal Monument Kamp Vught om zijn leven kort samen te vatten, speciaal voor mij. Als tweeëntwintigjarige jongeman wordt hij in 1943 gedeporteerd, samen met zijn jonge vrouw Rachel en schoonfamilie. Hij zal hen nooit meer terugzien. De heer Schelvis overleeft zeven (!) concentratiekampen-waaronder Westerbork en Sobibor- door zijn beroep, oplettendheid, brutaliteit, de juiste woorden en de juiste keuzes. Hem is het gelukt, als een van de achttien (van de 34.313) gedeporteerde Joden. En dit gegeven maakt hem zo fascinerend voor mij. Deze 93-jarige man is de belichaming van alle personen in de boeken en verhalen die ik lees over de Tweede Wereldoorlog. En dat zijn er veel. Heel veel. Wat hebben mensen elkaar aangedaan? 'Dit mag nooit meer gebeuren' zegt men nu tegen elkaar. Maar het is nog steeds oorlog op vele plekken in de wereld. 'Dit' gebeurt vandaag de dag nog steeds, in allerlei vormen. Ik vraag me soms af hoe ik zou hebben gereageerd in 1943. Het ligt er natuurlijk aan in welke positie je toen was, maar zou ik mensen helpen onderduiken? Zou ik in het verzet hebben gedurfd, bij de SS hebben gewerkt, iemand pijn hebben gedaan? We zouden het onszelf allemaal wel eens mogen afvragen. En dan tot het besef komen dat je dat nu gewoon niet in kunt schatten. Men handelde naar de situatie. En dat vind ik boeiend. Daar lees ik graag over.

Jules Schelvis werd in Vught gevraagd hoe hij 'een moedig mens' zou omschrijven. 'Dat is een onmogelijke opgave,' antwoordde hij terecht. 'Moedig kun je op zoveel manieren zijn.' Hij heeft gelijk. Voor mij is hij een moedig mens. Mijn superheld.

 

 

Zie op mijn website onder het kopje 'Boekentips' mijn favoriete oorlogsboeken, voor zowel kinderen als volwassenen.

 

Word
Gevalletje HALT.doc
Word [107.5 KB]
Download (67 downloads)
Word
Etiketje plakken.doc
Word [34.5 KB]
Download (56 downloads)
Word
Ik haat hou van honden.doc
Word [1.1 MB]
Download (70 downloads)
Word
MRI met ADHD.doc
Word [76.5 KB]
Download (99 downloads)
Word
Gesprek met een kleuter herfst.doc
Word [27.5 KB]
Download (25 downloads)
Word
Hokjesdenken.doc
Word [34.0 KB]
Download (43 downloads)
Word
De opgebrande juf.doc
Word [33.5 KB]
Download (45 downloads)
Word
Werkende mama's.doc
Word [37.0 KB]
Download (38 downloads)
Word
Papa is bij de politie...en mama heeft daar last van.doc
Word [33.0 KB]
Download (74 downloads)
Word
Vermeende rust....doc
Word [32.0 KB]
Download (35 downloads)
Word
Loslaten.doc
Word [33.5 KB]
Download (27 downloads)
Word
Leespromotie.doc
Word [33.0 KB]
Download (17 downloads)
Word
De magie van lezen.doc
Word [33.0 KB]
Download (20 downloads)
Word
Mama's taalgebruik.doc
Word [31.0 KB]
Download (56 downloads)
Word
To sport or not to sport.doc
Word [32.5 KB]
Download (70 downloads)

Reactie plaatsen

Reacties

Fay
10 maanden geleden

Hoi Linda,
wat een leuke blog.
Ik wou dat ik zo mooi kon schrijven.
Want zelf heb ik ook een blog, sinds kort.
Daar zet ik verhalen op, ik wilde jou mening.
De blog heet: www.tellmeyourstory.jouwweb.nl
Ik moet nu naar een middelbare school, dat vind ik heel erg spannend.
Door jou verhalen krijg ik weer hoop.
Bedankt.
Veel liefs Fay.
P.S. Ik hoop dat je snel verder schrijft, het is echt leuk.

mieke saelm
2 jaar geleden

Hoi Linda,
Wat een prachtige verhalen schrijf jij diep respect jouw kijk
op het leven!! Zeker een dik boek waard om te lezen voor ons allen. Dikke KNUFFEL. MIEKE EN NOL>

tooske
5 jaar geleden

Hai Linda, wat leuk die blogs.
Als jij nu eens, net zoals in de margriet of libelle iedere week iets schrijf wat je deze week heb meegemaakt. wedden dat dat aanslaat!!!

Sandra
5 jaar geleden

Snap jou heeeelemaaaal!

Cathy
5 jaar geleden

Leuk, Lin!