Home » Verhalen voor kinderen

VERHALEN VOOR KINDEREN

 

Met trots laat ik je mijn verhaal lezen over

Marcus van Eindhoven!

Dit mocht ik schrijven in opdracht van Uitgeverij BookBase i.s.m. Erfgoedhuis Eindhoven (met een illustratie van Katrien van de Camp).

Marcus, een 10-jarige jongen uit het jaar 1300, heb ik jaren geleden 'ontmoet'. Eindhovens stadsarcheoloog Nico Arts kwam met de jongen naar de school waar ik lesgaf. Hij vertelde ons dat dit extreem kleine jochie gereconstrueerd was aan de hand van zijn skelet, gevonden onder het hoofdaltaar van de Catharinakerk in Eindhoven.

Op dat moment ging Marcus voor mij 'leven' en moest en zou ik over hem schrijven.

Ik zal nooit vergeten dat Nico Arts de pop onder zijn arm hield, in een vuilniszak waar zijn leren schoentjes uitstaken. Mij verbaast het tot de dag van vandaag dat niemand op het schoolplein gek opkeek van die imposante man met dat kind onder zijn arm.

 

Mijn verhaal is onderdeel van een historische wandeling door het centrum van Eindhoven, met behulp van een Layar app. Via de optie Geo Layers zoek je op 'erfgoed' en daar vind je 5 verhalen voor kinderen van ong. 10-12 jaar over de geschiedenis van Eindhoven!

 

Groep 1-2

Word
Lang leve Lars, over ADHD in groep 1 2.doc
Word [31.0 KB]
Download (25 downloads)

Groep 3-4

Doedel en Sofie - over faalangst                                                                           

Er is een groot feest op de dag dat Sofie 8 jaar wordt. Het hele huis hangt van boven tot onder vol slingers. De hele dag komen er mensen op bezoek. Sofie kan niet eens meer tellen hoeveel. Als ze naar bed gaat kijkt ze naar alle spullen die ze heeft gekregen. Mama heeft ze op haar slaapkamer gezet. Sofie is erg blij met haar nieuwe fiets. Wit met paars en een mandje voorop. Daar kan ze haar nieuwe knuffel inzetten. Als Sofie naar de nieuwe boeken kijkt wordt ze een beetje warm van binnen. Er draait iets rond in haar buik. Het voelt niet fijn.

Ze houdt toch zo van lezen? Zeker met  papa of mama en het grote voorleesboek. Sofie kan al jaren zelf lezen. Ze vindt het niet fijn als het op school snel moet gebeuren. Dan houdt de juf er een klokje bij. Maar er komen geen woorden meer uit Sofie. 'Sofie ik ga jou helpen,' zegt de juf op een dag. 'Jij gaat een manier bedenken om voor te lezen. Hier in de klas. Je mag van alles verzinnen. Als jij het maar fijn vindt.' Veel kinderen hebben al een verhaal gelezen in de kring.  Sofie nog niet. Het is te spannend voor haar.

Samen met mama denkt Sofie na. Welk boek zal ik lezen? Daar gaat de bel. Triiiiiiing. De beste vriendin van Sofie staat voor de deur. Lisa met haar hondje Doedel. Sofie krijgt een pootje van Doedel. En dan weet ze het! 'Lisa, mag ik Doedel even mee naar mijn kamer nemen?' vraagt Sofie. 'Ja hoor,' zegt Sofie. 'Maar pas op dat ze niet gaat plassen. Dat doet ze als ze heel blij is.' Mama neemt Lisa mee naar de keuken voor een koekje en limonade. Sofie tilt Doedel de trap op naar boven. 'Zo Doedel, wijs jij maar aan welk boek ik moet kiezen.' Doedel snuffelt aan alle spullen. Haar bruine staart gaat blij heen en weer. Die botst tegen de knuffel van Sofie aan. 'Hier zijn vier boeken, Doedel. Jij mag kiezen,' zegt Sofie. Doedel geeft elk boek een likje en pak er dan één in haar bek. Ze legt het boek bij Sofie op schoot. 'Aha, roept Sofie, jij ziet de hondjes!' en ze begint te lachen. Het boek heet De koning wil een hond. Sofie kruipt op haar bed en Doedel mag naast haar zitten. Sofie leest en leest. Doedel likt aan haar gezicht en Sofie lacht. Wat een plezier samen! Doedel luistert goed en hijgt zachtjes mee. Als het verhaal uit is springt Sofie van het bed. Doedel doet mee en….oeps! Ze plast op de grond. 'Het geeft niet Doedel. Je bent gewoon blij he?' Sofie geeft haar een dikke knuffel. 'Dank je wel voor het luisteren.'

 Als Sofie op school komt zitten de kinderen al klaar. In haar ene hand houdt ze het boek vast. In de andere hand de riem. Doedel loopt vrolijk naast haar. Ze gaat bij de voeten van Sofie zitten. Sofie doet het boek open. Ze ademt rustig in en uit en kijkt dan naar Doedel. Die geeft een klein blafje en Sofie begint te lezen. De  kinderen luisteren goed. Sofie ziet het klokje in de hand van juf niet. Als Sofie klaar is beginnen alle kinderen te klappen. Hoera, goed gelezen, Sofie! Juf kijkt op het klokje en ziet hoe goed Sofie kan lezen.  Doedel springt tegen Sofie aan. Wat ligt daar nu? Een klein geel plasje op de grond. Zó blij is Doedel. Niemand vindt het erg. De mama van Lisa neemt Doedel weer mee aan de riem. De hele klas zwaait naar haar. 'Daag Doedel, dank je wel!'roept Sofie haar na. Bij het volgende boek mag Doedel weer komen. Juf heeft het beloofd.

 

 

Word
Het pistool.doc
Word [87.0 KB]
Download (5 downloads)
Word
Sam heeft suiker.doc
Word [36.0 KB]
Download (10 downloads)

Groep 5-6

Word
Op het matje.doc
Word [33.0 KB]
Download (11 downloads)
Word
Winterverhaal Simon de sneeuwman.doc
Word [34.0 KB]
Download (5 downloads)

Groep 7-8

De zonnebloemen                                                                 

De Franse zon keek lachend neer op de groep joelende kinderen. Hij was tevreden over de zonnebloemen die elk jaar hoger leken te groeien. De kinderen speelden verstoppertje tussen de dikke stengels. Af en toe knakte er eentje omdat ze er te ruw mee omgingen.

Ella, Jack, Nina, Willem, Harley, Hessel, Micki, Bobbie en Renske moesten om de beurt de anderen zoeken. De hond Latro hupte vrolijk met de zoeker mee en verraadde af en toe een verstopplek. Dat deed ze door blij te blaffen naar een verstopt kind dat daar natuurlijk niet erg blij mee was. Lang boos zijn op deze vrolijke krullenbol was echter onmogelijk. Voor iedereen. Latro kon de stralen van de gouden bal niet lang verdragen en zocht eens in de zoveel tijd even de schaduw op. Die vond ze onder de enige boom die in de buurt stond. Hoog en hard klonk de stem van Ella over het zonnebloemveld. 'Alle kinderen uitkomen! Verzamelen bij de Latro-boom!' Vanonder verschillende gele bloemen verschenen verhitte koppies. De kinderen renden naar de boom en gingen in een kring zitten om verder te gaan met spelen. Niemand merkte het zachte gezoem op. Gezang. Van laag naar hoog. En terug. Niemand zag dat alle gele zonnetjes in de bloemen hun hoofden een kwartslag draaiden. Tegelijk. Zodat ze allemaal naar de kinderen gericht waren. De lijntjes in de bloemen leken op gezichtjes. Een mond, neus en twee ogen. De ogen waren streepjes en de mondhoeken wezen naar beneden. Allemaal lieten ze hun kopjes hangen. De bloemen waren boos.

Midden in de nacht schoot Ella wakker. Haar tent stond vlakbij het speelveld met de mooie zonnebloemen. Ze maakte haar broertje Willem niet wakker. Ze ritste de tent open en liep als in een trance naar het speelveld toe. Ze hoorde gezang. Eerst laag en dan hoog. Ella hield van muziek en liep voetje voor voetje op het geluid af. De zon had plaatsgemaakt voor de volle maan en zorgde voor genoeg licht om Ella de weg te wijzen. Ze was niet bang. Schrok niet van het gezang dat steeds luider werd. Ter hoogte van de boom werd ze het bloemenveld in geleid. Plotseling klonk er een hoge gil. Willem werd er wakker van en zag dat zijn zus niet op haar plek lag. Langzaam dommelde hij weer in slaap. Ella zou zo wel terugkomen. Om half 10 de volgende dag verzamelden de kinderen zich weer onder de boom op het speelveld.  De zon scheen volop en de gele zonnebloemen stonden er genietend met hun gezichten naar toe gericht. 'Waar blijven Ella en Willem nou?' vroeg Jack zich hardop af. De anderen haalden hun schouders op. Ze besloten alvast te beginnen met hun spel en Nina was de eerste die moest zoeken. Als een heks klonk ze: 'Verstop je maar goed, ik zal je tóch wel vinden.'

Er heerste plotseling een doodse stilte in het zonnebloemveld en Nina voelde kippenvel op haar armen. Het leek of alle zonnebloemen naar haar keken. Hun gezichten in een vreemde grimas. Ik lijk wel gek, dacht ze, en ze zocht gauw verder naar haar vrienden. Plotseling struikelde ze over iets heen. Ze kon zich maar net vastgrijpen een de stengel van een zonnebloem. Ze plukte een lap stof van haar voet en haar hart leek even stil te staan. In haar hand hield ze het nachthemd van Ella. Twee jongens van One Direction keken haar lachend aan. De andere drie zaten helemaal onder het bloed. Nina's gil echode tussen de zonnebloemen door. Ketste tegen de stengels aan. De bloemen trokken een tevreden grijns.

De rivier is van ons              

'Hee hoo hee hoo wij varen lekker zó.' In drie verschillende opblaasboten varen de zes kinderen over rivier de Céou in Frankrijk. Zes kinderen en één hond. Die staat vooraan op de eerst boot en blaft naar elk vogeltje dat hij ziet. Boem! Alle zes hoofden draaien tegelijk om naar achteren. Naar die vreemde knal. Als ze niks bijzonders zien willen ze verder varen. 'Hé, waar is de hond?' roept Willem naar de anderen. Niemand weet het. Hij lijkt van de aardbodem verdwenen. Wanneer Willem zich naar voren buigt klinkt er een vreemd geluid. Een lach. En Willem is verdwenen. Weer die akelige lach. Die over de rivier uit lijkt te waaieren.

De vier meiden gillen zo hard en hoog als ze kunnen. Jack, de enige jongen die nog over is, probeert er bovenuit te roepen dat ze rustig moeten blijven. Het heeft geen zin. Er stijgt rook op. Er klinkt weer een harde knal. Nu in de verte ergens vóór de boten. Micki lijkt dwars door de bodem van de boot te worden getrokken. Wég is ze. Ook zij. De anderen horen nog net een zwak 'Help.......'. 'Micki, kom terug!' roept Nina, haar tweelingzus, verstikt door tranen. 'Roeien voor je leven!' brult Jack. Hij wil zorgen dat zijn zusje Harley en zijn vriendinnen Ella en Nina veilig thuis komen. De voorste boot ligt er zielig bij. Hij is leeggelopen alsof het leven er uit weggevloeid is. Jack bindt met een touw de andere boot aan de zijne en roeit met alle krachten die hij heeft. Ze lijken niet vooruit te komen.

De drie meiden zijn in shock en bewegen niet. Als Nina plotseling haar betraande gezicht boven het water houdt ontstaat er onweer en schieten de lichtflitsen om de boten heen. Nina heeft geen schijn van kans. Het enige dat nog aan haar doet denken zijn de grote bellen aan het wateroppervlak. Jack blijft wild met de roeispanen in het water slaan in een poging vooruit te komen. Het heeft geen enkele zin. De boten beginnen in het rond te draaien. Eerst langzaam en dan snel. Steeds sneller en sneller. Totdat de drie boten met evenzoveel kinderen in de kolkende watermassa verdwijnen. De eerste die zich beweegt is Ella. Langzaam komt ze omhoog van de stenen waar ze op ligt. 'Au, shit dat doet pijn,' zegt ze tegen zichzelf, terwijl ze over haar achterhoofd wrijft. Ze ziet Jack en Harley naast zich liggen, allebei in dezelfde stijve houding. Alsof ze in een doodskist liggen. 'Jongens wakker worden!' gilt Ella in paniek. Haar stem kaatst terug van de stenen wanden en raakt haar waardoor ze wankelt en bijna omvalt. Jack en Harley komen langzaam omhoog en zien lijkbleek. Ze hebben geen tijd om zich af te vragen waar ze zijn.

Een luid gelach klinkt door de ruimte. Van links, van rechts, overal vandaan. Lichtflitsen verblinden de drie kinderen. Ze kruipen met z'n drieën bij elkaar en zien dat er plotseling iemand voor ze staat. Iemand? Iets? Wat is het? De lach klinkt nog duizend keer harder dan eerst. Hij komt uit de grote mond van een lelijk wezen. Klein van stuk, vieze gerafelde kleren, blond piekhaar, een hele lange pukkelige neus en dan dus die mond. Met één wiebelende tand erin. Die is te zien als het wezen praat. 'Aha, dus dit zijn die vervelende mensen in hun bootjes die onze rust komen verstoren!' Ella, Jack en Harley kijken elkaar verschrikt aan en hun blik wordt meteen weer naar het enge wezen getrokken. Het wezen is beledigd dat hij niet alle aandacht heeft en strekt zijn arm naar het stenen plafond boven hen. Een lichtflits schiet met veel kabaal recht omhoog. Met hun armen bedekken de kinderen hun hoofden en ze voelen dat ze geraakt worden door brandende stukken steen. 'Dát zal jullie leren, stelletje monsters!' 'Moet híj nodig zeggen,' fluistert Ella tegen de anderen. 'Wát zeg jij daar, meisje? Hou je koest ja! Als jullie niet doen wat ik zeg, zul je je vier zielige vaarvrienden nooit meer terugzien, hahaha!' 'Vier? fluistert Jack, ze hebben Willem, Micki, Nina én de hond!' 'STILTE!' brult de wiebeltand, 'Er wordt niet gesold met ons volk. De trollen heersen over de rivier.'

 Ze hadden dat drankje beter niet kunnen drinken, want alledrie hebben ze barstende koppijn. Ella ziet het aan de verwrongen gezichten van haar twee vrienden. Achter tralies! Hoe zijn ze hier terecht gekomen? Ella vergeet haar hoofdpijn en grijpt om zich heen. Ze zit opgesloten. Tralies, dicht om haar heen. Langzaam krijgt ze beter zicht en ziet ze Jack en Harley hetzelfde doen. Grote schrik in hun ogen. Ze hangen in houten kooien naast elkaar. Als vogels opgesloten. 'Willem! Micki!' roept Ella als ze hen tegenover haar ziet. Een zwak geblaf klinkt door de holle ruimte. 'Latro, je leeft nog,' horen de kinderen Nina zeggen. Langzaam beseffen de kinderen dat ze in kooien zitten, in een kring opgehangen aan het plafond. Met ver onder hen de stromende rivier met grote en kleine rotsen op de bodem. Maar ze leven nog. Ze zijn niet afgeslacht door de boosaardige trol die...een trol, denkt Ella. Ik ben zeker gek geworden. 'Jongens, hebben jullie die enge gast ook ge..' 'STILTE! IK bepaal wie er praat en verder niemand, begreept?! Ella kan haar lach maar net houden. Begreept...

Boem! Donder en bliksem razen door de kleine grot. Als de kinderen weer durven kijken zien ze onder hen, op elke rots één, trollen staan. De één nog lelijker dan de ander. Hoe is het mogelijk? Allemaal grijnzen ze met hun lelijke gebitten naar boven. De stank die er vrijkomt en opstijgt... 'Mensenkinderen, IK heb de eer jullie voor te stellen aan mijn volk, de riviertrollen. Heersers over de Céou.' Het lukt Jack niet om te luisteren. Met zijn mond open kijkt hij zijn ogen uit. Daar beneden ziet hij trollen in alle soorten en maten. Allemaal hebben ze iets in hun hand of naast zich staan. Jack herkent een katapult met loden kogels, een knots met ijzeren pinnen, een vlammenwerper, een pistool, karabijn, revolver en zelfs een mitrailleur! Jack vindt het cool dat dit volk al die stoere wapens heeft maar beseft meteen daarna dat ze er vast geen lieve dingen mee gaan doen. Hij ziet dat zijn vrienden zijn gaan staan in de krappe kooitjes en hij doet hetzelfde. Hij stoot zijn hoofd en vloekt in zichzelf. Jack ziet de vieze mond van de oppertrol bewegen en langzaam dringt het geluid tot hem door. 'Zeg mij na: de mensen zullen de trollenrivier voortaan met RUST laten.' Jack hoort het zichzelf nazeggen en zijn vrienden doen met hem mee. Plots klinkt er een harde snurk en vliegt er een vuurstraal op de kooi van Ella af. Paniek. Een van de trollen is in slaap gevallen en heeft per ongeluk de knop van de vlammenwerper ingedrukt. Hitte. Ella's kooi heeft nu vlam gevat en haar gil klinkt nog harder dan anders. Ze blaast tegen de tralies maar dat heeft geen zin. Het vuur is overal. Met een knetterend geluid laat de kooi los van het plafond en dondert het in volle vaart naar beneden. 

Er heerst even complete stilte in de grot, totdat een zacht gehuil klinkt. Ella leeft nog! Ze dobbert in haar zwartgeblakerde kooi -of wat daar van over is- over de rotsen van de ondergrondse Céou. Dan klinkt er een spervuur aan scheldwoorden door de ruimte. De oppertrol geeft de vlammenwerpertrol op zijn donder en terecht. Hij heeft Ella bijna vermoord. De oppertrol is klaar met schelden en richt zijn lelijke blik weer naar boven. 'Ik zal jullie vervelende mensen één voor één naar beneden halen en dan zal ik eens een stevig woordje met jullie babbelen.' Hij geeft een knikje aan de revolvertrol. Nina haalt opgelucht adem. Ze zijn gered. Maar haar opluchting is van korte duur, want de knallen vliegen om haar oren. Ze weet niet wat er gebeurt totdat ze zichzelf met kooi en al naar beneden voelt suizen. Met een harde plons belandt ze naast haar vrienden in de Céou. En bedankt dat je ons naar beneden schiet, denkt ze, maar ze zegt het gelukkig niet hardop tegen de revolvertrol. Als iedereen bevrijd is door vieze handen met ellenlange nagels en ze in een grote kring in de grot zitten -de kinderen in de binnenkring en de wapentrollen daarbuiten- neemt de oppertrol weer het woord. 'Jullie mensen verpesten onze rivier! Jullie varen er rond met van die opblaasdingetjes, jullie bouwen dammen met ónze stenen en...' Boosaardig kijkt hij de kring rond. 'Jullie vervuilen onze levensbron.' ''Maar hoe...?' begint Ella. 'STILTE! Jullie piesen in ons drinkwater, gadverdamme.' 'IK heb nog nooit...' Ella houdt vanzelf haar mond omdat ze weet dat ze vaak genoeg op haar hurken in het water heeft gezeten. Ja hallo, de wc is veel te ver lopen, denkt ze. De oppertrol spuugt zijn woorden uit: 'Jullie mensen gebruiken landbouwgif en dat komt lekker in onze rivier terecht! Wij willen jullie een lesje leren.' Ella, die nooit erg verlegen is geweest, durft tegen de oppertrol in te gaan. Omdat ze hem voor de derde keer onderbreekt zwaait de knotstrol dreigend zijn knots met pinnen in het rond. Ella kijkt boos naar hem en de trol stopt met zwaaien. Zó heeft een mens nog nooit naar hem gekeken, laat staan een meisje. 

'Meneer trol, ik wil wat zeggen. Heeft u er wel eens over nagedacht wat de rivier de Céou voor óns betekent?' De oppertrol keek met een scheef oog naar Ella. Het tweede oog hield de andere kinderen én hond in de gaten. Die laatste lag rustig te slapen op de koude rotsen. Ella ging verder: 'De Céou brengt ons een fijne zomervakantie. We zwemmen er in, we bouwen inderdaad dammen met de rotsen, we varen over het prachtige water. Iedereen is blij met uw rivier. Dank daarvoor. '
Ella kijkt de kring rond en ziet bewondering in de ogen van haar vrienden. Dat zij dat durft te zeggen, hoort ze hen bijna denken. 'Meisje, meisje meisje,' mompelt de oppertrol. Zijn vinger wijst met de lange nagel naar Ella. Even krijgt ze het benauwd. Hij zal toch niet...KNAL!

De hond is wakker geschrokken en de kinderen zijn van schrik gaan staan. Dan begint Ella langzaam in haar handen te klappen. Klap, klap, klap, totdat iedereen, ook de wapentrollen, meeklapt. Een hard applaus klinkt door de kille grot. Tien splinternieuwe felgekleurde rubberboten staan in een lange rij opgesteld langs de Céou. De katapulttrol wil met zijn wapen in de voorste boot stappen.

'GEEN WAPENS! Laten wij gaan in VREDE!' De oppertrol gebaart naar Ella en samen tillen ze de voorste boot het water in. De heer laat de dame voorgaan en Ella pakt breedlachend de roeispaan beet. Als de volgende knal klinkt schrikt niemand er meer van. Iedereen zit als betoverd in één klap in een van de boten en de pistolentrol mag het startsein geven. Jack voelt zijn hoofd tollen en tollen en het lijkt of hij omhoog gezogen wordt door een kracht die vele malen groter is dan hijzelf. Als hij zijn ogen opent ziet hij dat ze weer bovengronds zijn. Negen roeiboten varen voor hem, gevuld met mensen én trollen en hij zingt mee met het nieuwe lied. 'Hee hoo hee hoo wij varen lekker zó. Mens en trol maken samen lol hee hoo hee hoo.'

Word
Webpesten.doc
Word [36.0 KB]
Download (16 downloads)
Word
Gepest.doc
Word [37.0 KB]
Download (19 downloads)

> 12 jaar

Word
Telefoon!.doc
Word [39.5 KB]
Download (17 downloads)