Home » Marcus van Eindhoven

Ontmoet de 10-jarige Marcus van Eindhoven in het jaar 1300!

 

Hier vind je mijn verhaal (samen met nog 4 andere historische verhaaltjes) 
geschreven voor Uitgeverij BookBase i.s.m. Erfgoedhuis Eindhoven.
Ontdek waarom dit mannetje Marcus heet en waarom hij zo klein is gebleven...

 

Midden in het levendige centrum van Eindhoven stap je een oase van rust binnen.
De Catharinakerk was ruim 700 jaar geleden de laatste rustplaats van Marcus. In 2021 staat het kleine jongetje hier om de bezoekers welkom te heten. Om hem heen vind je speelgoed uit de Middeleeuwen, serviesgoed en schedels van Eindhovenaren, opgegraven in de omgeving van de kerk. Een prachtig mini-museum!

Hier stond Marcus nog in het Erfgoedhuis Eindhoven. De website Erfgoed wiki bevat leuke informatie over de middeleeuwse Catharinakerk....en Marcus natuurlijk!

 

Onderstaand verhaaltje was een schrijfopdracht van SchrijvenOnline.

Wat zou ik doen als ik plotseling in de Middeleeuwen terecht kwam?

Je kunt wel raden wie ik dan tegen zou komen: 

Marcus en ik

 

Mijn oren suizen en ik sta te tollen op mijn benen.

Dan valt me de stilte op. Ik ben toch in het centrum van Eindhoven? Ik ben net lopend het station gepasseerd op weg naar de boekwinkel, ik weet het zeker. De auto’s, fietsen, winkels, waar zijn ze? Mijn ogen registreren een landschap met hier en daar huisjes met rieten daken. Ik schud mijn hoofd en kijk naar mijn hand, die verkrampt de telefoon vasthoudt. Ik zet het scherm aan en mijn hond verschijnt in beeld. Een lach verschijnt om mijn mond. Ik heb geen bereik, zie ik.

 

“Wat heeft u daar?’ Ik maak een klein sprongetje van schrik. Nieuwsgierige ogen kijken naar me op. Ik kijk van de kleine jongen naar mijn telefoon en terug. ‘Dat is mijn telefoon.’

‘Een wat?’ Ik zeg niets en staar de jongen met grote ogen aan.

‘Wat kijkt u?’

‘Marcus,’ stamel ik. Ik herken hem aan zijn middeleeuwse pagekapsel, blauwe gewaad en leren schoentjes.

‘Marcus ja, hoe weet u dat?’ Ik open mijn telefoon en scroll door mijn foto’s. Dan toon ik er één aan de jongen. Hij staart naar het plaatje van hemzelf.

Ik stel voor dat hij me de weg wijst naar de Sint Catharinakerk. Hij loopt mee, een bruggetje over, de poort door langs huisjes met dieren in de tuin. Dan doemt de prachtige kerk voor ons op.

‘Hier kom jij vaker hè?' vraag ik Marcus. ‘Dit is zo’n beetje mijn thuis, ja,’ antwoordt hij.

Ik zeg hem niet dat ik weet dat hij ziek is en zal overlijden op zijn tiende. Dat zijn adellijke graf in deze kerk gevonden wordt.

‘Je moet de groeten hebben uit het jaar 2020,’ zeg ik tegen hem. ‘Bedankt dat wij zoveel van jou kunnen leren.’