Home » Wat maakt zíj nou weer mee?

Het wassende water

Wie wil je zijn?

Ik ben vandaag naar de osteopaat geweest.

Zij kan met haar handen voelen waar knooppunten zitten en deze proberen los te maken. Deze week voel ik me sowieso één groot knooppunt, waarbij ik niet kan kiezen welke kant ik op wil gaan om uit de file te komen. Ik had me voorgenomen niet tegen haar te ratelen, zodat ze in rust haar werk kon doen, maar ik geloof echt dat met elk stukje bindweefsel en elk orgaan dat ze losmaakte een woordenstroom mee kwam. We praatten over “The secret”, de wet van de aantrekkingskracht en over de opvoeding van pubers en hoe lastig ik die vind.

 

Ik heb moeite om prikkels te filteren en als je er op let (ook als je dat niet doet) zijn die er continu, of ik ze nu opzoek of niet. Dan vinden ze míj wel. In mijn gezin gebeurt genoeg -het is zeker nooit saai- maar ik kan het vele gamen, de zelftests, de onregelmatige diensten en het kauwgeluid als iemand eet even niet meer hebben. Mijn hoofd ontploft dan.

Ook het nieuws raakt me flink. Peter R. had hier moeten blijven, hij stond voor mijn gevoel van veiligheid. Het wassende water dat de boel kopje onder laat gaan, waarover iemand uit Limburg op social media schreef: ‘De Maas is woest!’ Het virus dat wil zeggen dat we het iets rustiger aan moeten doen, ik hoor het allemaal wel hoor. Ik trek het me aan, en dat geeft onrust.

 

Bij de osteopaat dus. Ze luisterde, behandelde, zei ook wat en luisterde weer.

‘Jij wil de wereld redden,’ constateerde ze.

‘Juist…en dat gaat niet,’ zuchtte ik.

'Bekijk wat je nodig hebt en vraag je af wie jíj wil zijn, dat is het belangrijkst.'

Ik ging weg en gaf haar geen hand, maar zette mijn mondkapje weer op.

We kwamen tot dezelfde conclusie. Hoeveel stoms er ook om je heen gebeurt, je hebt niet óveral invloed op. Wees gewoon zelf het lichtpuntje.

 

 

Hocus pocus…

Maandagochtend 09.00 uur: ‘Lager, Linda, lager! Druk je bekken naar beneden, ja zó, duw je ribben naar de spiegel en je hoofd de andere kant op, maak jezelf laaaaang.’ 

Ik had me verslapen. Toen ik vermoeid in de spiegel keek zag ik een blauw oog, echt, m’n ooglid was blauw-rood uitgeslagen. Wat had ik in godsnaam in mijn slaap uitgespookt?

Niet op internet kijken, want: geen tijd en de ergste ziektes worden je aanbevolen.

Op internet gekeken dus. Niks wijzer geworden. Make-up erop gesmeerd en naar m’n tweede Pilates-les gespoed. 
Na deze les, waarbij ik elke spier in mijn lijf gevoeld had, zocht ik op wat Pilates eigenlijk was: een trainingsmethode waarbij houding, stabiliteit, coördinatie, ademhaling en focus op lichaam en geest het uitgangspunt is. Volgens meneer Pilates heb je er concentratie bij nodig. O jee, het c-woord. De Pilatesjuf zag m’n bovenlijf zwabberen (ja dat kan, kennelijk) en zei al: ‘Linda, concentreer je.’ Ik wist niet waarop, maar knikte braaf vanuit een vreemde hoek. Na twee lessen kan ze mij nog niet kennen.


Ik zocht verder naar wie de man achter deze marteling is en ik vond interessante dingen. 
Hij was een Duits-Amerikaanse ondernemer die tot 1967 leefde. Zelfverdedigingstrainer geweest, circusartiest én bokser. Hij had tijdens de Eerste Wereldoorlog in een kamp opgesloten gezeten.

Zijn methode om met je geest controle te krijgen over het functioneren van het lichaam bracht mij ’s ochtends vroeg naar een zaaltje met vrouwen, waar ik dubbelgevouwen naar de instructies probeerde te luisteren. De juf gooide met een hoop informatie over het lichaam -core stability- waar ik weinig controle over had en het klonk mij als hocus pocus in de oren.


Die Pilates, die was toch bokser geweest, had ik gelezen...misschien wist hij wat af van dat blauwe oog?

 

 

 

 

Zijn jullie zussen?

 

Ella’s broertje en moeder (die twee van de foto) wilden dolgraag zien waar ze

-sinds kort- werkte. Haar eerste baantje, als bedienend personeelslid, bij een Frans-Aziatisch restaurant! Die eerste taal spreekt ze, de andere is wat lastiger.

En wat wil een jongere (16 jaar) liever niet? Een overenthousiast familielid dat op je vingers kijkt en continu naar je zwaait en foto’s maakt. Ik had dat gedacht, maar dan ken ik m’n eigen kind toch niet goed. Ze liet trots aan ons zien hoe haar restaurant eruitzag en wie nou wie was. Ze straalde iedere keer als ze langsliep met een dienblad vol wijn- en waterflessen, glazen en ander gevaarlijk wiebelend spul. Haar houding zei: Knap hè, mam? Hoezo liet ze bijna nooit iets vallen, dat kon mijn kind toch niet zijn?


Een van haar collega’s had gevraagd of ik Ella’s zus was. Ja joh, en ik was uit eten met mijn vriendje van 14. Twee druppels water, zei weer een ander.

Ik was zo trots op haar, hoe ze door de ruimte zweefde alsof ze er al jaren werkte, vriendelijk glimlachend naar iedereen. Zo was ik vroeger niet, dat had ik nooit gedurfd. Ik bakte friet en frikandellen en verstopte me achter een grote toonbank.

Favoriet gerecht in het restaurant is de sushi-boot. Een berg lekkere hapjes op een…boot

(zie wederom de foto). Ik zag Ella twee van die grote dingen (drie keer zo groot als die van Willem en mij) dragen en ongeschonden op een tafel zetten. Dacht ik, want daarna kwam ze naar ons tafeltje toe, waarop haar broertje opmerkte: ‘Ella, er zit saus aan je tiet.’

‘Ah nee, alweer. Bij elke boot gebeurt dat, ik houd ‘m te schuin,’ zei ze, waarna ze naar de keuken snelde. Die natte plek op haar schort zag toch niemand.

 

 

En die akka ook wel!

 

Lekker weer, jurkje aan.

Met mijn vader, dochter Ella en hond maakte ik een wandelingetje.

De twee meest luie mensen namen een korte route en ik liep met de hond verder over een smal paadje. Twee jongens (ongeveer Ella’s leeftijd -16-) kwamen me tegemoet gelopen. De voorste keek me blij aan en zei: ‘Hallo mevrouw, mooie hond heeft u!’

‘Haha, dank je,’ zei ik.

Ze passeerden me en ik hoorde:

‘En die akka ook wel!’

Gelet op de toon had ik wel een vermoeden van wat hij had gezegd, maar het was nieuw voor me. Ik repeteerde de zin in mijn hoofd. Een paar minuten later kwam ik Ella en opa weer tegen en riep ik meteen: ‘El, wat betekent “en die akka ook wel?”’

‘Dat je een lekkere kont hebt!’

We vinden het beiden grappig dat iemand van ‘bijna 50’ dit te horen kreeg. Ik was gevleid. Even was ze stil en toen zei ze: ‘Misschien bedoelde hij de kont van de hond wel.’

 

Amsterdam/Eindhoven

30 mei 2021

 

 

Super inspirerende en verhelderende vijfdaagse schrijfcursus "Mijn boek in vijf dagen" gedaan! 

Na die 5 dagen begint het échte werk. 

 

Maart 2021

Bibliotheek Eindhoven 

 

 

Schrijven Magazine organiseert de wekelijkse schrijfopdracht. Hier doe ik graag aan mee! Blij verrast was ik door de positieve feedback van mij onbekende lezers. Hieronder vind je de verhalen die ik ingezonden heb.

 

 

Marcus en ik

 

Mijn oren suizen en ik sta te tollen op mijn benen.

Dan valt me de stilte op. Ik ben toch in het centrum van Eindhoven? Ik ben net lopend het station gepasseerd op weg naar de boekwinkel, ik weet het zeker. De auto’s, fietsen, winkels, waar zijn ze? Mijn ogen registreren een landschap met hier en daar huisjes met rieten daken. Ik schud mijn hoofd en kijk naar mijn hand, die verkrampt de telefoon vasthoudt. Ik zet het scherm aan en mijn hond verschijnt in beeld. Een lach verschijnt om mijn mond. Ik heb geen bereik, zie ik.

 

“Wat heeft u daar?’ Ik maak een klein sprongetje van schrik. Nieuwsgierige ogen kijken naar me op. Ik kijk van de kleine jongen naar mijn telefoon en terug. ‘Dat is mijn telefoon.’

‘Een wat?’ Ik zeg niets en staar de jongen met grote ogen aan.

‘Wat kijkt u?’

‘Marcus,’ stamel ik. Ik herken hem aan zijn middeleeuwse pagekapsel, blauwe gewaad en leren schoentjes.

‘Marcus ja, hoe weet u dat?’ Ik open mijn telefoon en scroll door mijn foto’s. Dan toon ik er één aan de jongen. Hij staart naar het plaatje van hemzelf.

Ik stel voor dat hij me de weg wijst naar de Sint Catharinakerk. Hij loopt mee, een bruggetje over, de poort door langs huisjes met dieren in de tuin. Dan doemt de prachtige kerk voor ons op.

‘Hier kom jij vaker hè?' vraag ik Marcus. ‘Dit is zo’n beetje mijn thuis, ja,’ antwoordt hij.

Ik zeg hem niet dat ik weet dat hij ziek is en zal overlijden op zijn tiende. Dat zijn adellijke graf in deze kerk gevonden wordt.

‘Je moet de groeten hebben uit het jaar 2020,’ zeg ik tegen hem. ‘Bedankt dat wij zoveel van jou kunnen leren.’

 

 

De opdracht is een verhaal waarin we ons eerst bevinden op onze aarde, die langzaam verandert in een wereld waarin dingen gebeuren die eigenlijk helemaal niet kunnen.

 

Mijn stille Dam

 

Ik ben duizelig. Mijn ogen draaien nog. Ik doe ze dicht en spreid mijn armen. Mijn oren suizen.

De Dam, ik hou ervan. Ik voel me één met deze plek en langzaam begin ik weer te draaien, in het midden van het plein. De demonstratie was het laatste teken van leven in de stad. Drukte waar het niet mocht. Afstand houden, ik heb naar premier Rutte geluisterd. Thuis zat ik voor de televisie en zag mijn Dam nog voller stromen.

 

Ik open mijn ogen en kijk naar boven. De duiven zijn er nog, zij wel. Enkele boven me, de rest aan mijn voeten, pikkend in mijn schoenen. Leegte en stilte. De plotselinge knallen werpen mij tegen de grond. ‘Help!’ In een reflex kruip ik naar de dichtstbijzijnde lantaarnpaal en ga er met mijn rug tegenaan zitten, mijn armen om mijn knieën. Ik tril over mijn hele lijf en mijn kaken klapperen. Geschreeuw uit alle hoeken van het plein. Van wie? Ik was de enige hier. Een man en kind struikelen in mijn richting en komen voor me zitten. Ik denk aan de verplichte afstand, die er nu niet is. Ik wil het meisje tegen me aan trekken, maar voel haar niet. De klanken van het draaiorgel zweven over het plein. Dan klinkt weer een salvo van knallen. De muziek is gestopt. Ik kijk om de paal heen en zie mensen wegduiken achter het orgel. Er vlak naast ligt een vrouw in een plas bloed. Een klein jongetje loopt wankelend over het plein.

 

Dan is er weer die stilte. Doodse stilte. Langzaam word ik in de richting van de hoek Dam/Kalverstraat getrokken. Op de gevel hangt een gedenkplaat en ik fluister de woorden: ‘Ter herdenking van de burgers die 7 mei 1945 op de Dam gevallen zijn.’ Mijn stille Dam.

 

 

De opdracht: neem de laatste zin van je lievelingsboek en gebruik deze als beginzin van jouw verhaaltje.

 

 

Spinalonga

Gearmd keken ze over het inktzwarte water naar de kust, totdat de lichtjes van Kreta in de verte vervaagden. Eleni kon Spinalonga achter zich laten, de geschiedenis proberen uit te wissen. Met haar vrije arm deed ze een poging te zwaaien naar het eiland. In haar hoofd zat haar hand aan haar onderarm vast. Vanuit haar moeders ogen gezien was er slechts een stompje. Haar moeder slikte en klemde haar arm strakker om die van haar dochter heen. Drie jaar hadden ze elkaar moeten missen. Drie lange jaren waarin hoop een steeds groter goed werd. Toen Eleni nog thuis woonde in Athene bereikten wekelijks verontrustende verhalen vanuit de leprakolonie hun stad. Ze waande zich niet veilig, maar jong als ze was had ze niet verwacht dat zij slachtoffer zou worden.

Toen begonnen haar vingers krom te trekken. Eerst verborg ze die uit angst ontdekt te worden, want iedereen wist wat lepra betekende: ziek zijn en verbannen worden naar Spinalonga. Je familie en geliefden zou je nooit meer zien. Het werd haar werkelijkheid. Ja, ze had een soort leven opgebouwd in de kolonie, ze was er juf geweest van kleine kinderen. Ze was er verliefd geworden op Giorgis, die slechts wat knobbeltjes in zijn gezicht had. En ja, ze had er haar hand verloren aan de ziekte. Maar dat was niets vergeleken bij alle mensen die er stierven in eenzaamheid. Die zij samen met de andere eilandbewoners had begraven. Spinalonga had gestaan voor afzondering, Athene stond voor alles behalve dat. Haar leven kon verder gaan, nu de kolonie was gesloten en de resterende tien mensen terugkeerden. Giorgis was op weg naar zijn vrouw, Eleni zou haar vader verrassen met haar terugkomst. Het water wiegde haar in slaap. Ze was bijna thuis.

 

 

Verloren jeugd

 

Ik haal diep adem en tel tot tien.

Was mijn zucht te horen in de microfoon? De rabbi kijkt me hoopvol aan, naast hem de directeur van Nationaal Monument Kamp Vught. Na de tien begin ik mijn verhaal:

‘Ik sta hier voor u en ook voor mijzelf. Ik heb deze plek ik in mijn hart gesloten, maar ik haat hem ook. Dit kamp heeft me mijn jeugd afgenomen.’

 

‘Louise, sta op. Het duurt nog maar even. Wie zwak is overleeft het hier niet. Hup, omhoog.

Ik weet dat het koud is, ik voel mijn tenen ook niet meer. Kom op, nog even…’

‘Eva, je bent een goede vriendin, maar ik kan niet meer. Ik ben op, laat me gaan. Laat me los.’

‘Louise, we delen een strobed, ons eten en de warmte die we te geven hebben. Houd dat in gedachten. Nog een paar minuten en mogen weer gaan. Dan zijn ze uitgeteld.’

 

‘Waarom ik dat zeg over mijn jeugd?’ Ik kijk Eva -mevrouw Polak- in de ogen, zoals ze hier op de voorste rij zit. Ik zie haar tranen. Ik slik een keer en lees: ‘Wat weet ík er nou van, ik ben van ná de oorlog. Ik had het niet zwaar, dat waren de mensen die in de kampen hadden gezeten. Ik hoor het mensen zeggen: niet zeuren, opstaan, afkloppen en doorgaan.’

 

‘Louise, dit is het laatste appèl van de dag, hou nog even vol. Hierna gaan we de barak in, dan zal ik je een mooi verhaal vertellen. Louise, opstaan zeg ik je, de bewaakster komt eraan!’

 

‘Mijn moeder heeft het appèl midden in de winter ternauwernood overleefd. Ze kreeg klappen met de geweerkolf van de Aufseherin, ik vermoed met hersenschade tot gevolg.

Ik -haar dochter- sta hier in de geest van mijn moeder Louise. De geest die zij al jong geworden is.’

 

 

Nationale Voorleesdagen 2020: op basisschool De Groene Vlinder las ik "Pippa zoekt een pappa" én "Sabotage in de schouwburg" voor. Wat een leuke, geïnteresseerde kinderen! En ja, Pippa bestaat écht...

 

8-11-2018 

Groot Dictee

Voorgelezen door Özcan Akyol

4 foutjes

In maart 2018 ging een delegatie van Eindhovense scholieren op reis naar Polen. Het hoogtepunt was het bezoek aan Kamp Auschwitz. Stichting 18 september heeft deze reis georganiseerd. Mijn verhaal over Helmut vond een mooie plek in de 'Reisgids'.

 

Januari 2018

De jaarlijkse traditie: voorlezen in de groepen 8 van De Vuurvlinder vóórdat de kinderen Kamp Vught bezoeken.
Deze keer las ik mijn verhaal 'Helmut en de struikelsteen' voor. Bedankt voor de interesse lieve Vuurvlinders!

November 2017

Als publiek samen met mede-taalfreak zus Cathy meegedaan aan het Groot Dictee in het Augustinianum (Eindhoven). Frits Spits las voor!

Volgend jaar gaan we 'echt' meedoen, he Cathy!

Foto: Studio040

Gepaaid met een chocolaatje, toon ik trots mijn bijna-foutloze tekst ;-)

Foto's: Cathy en ik

 

Voor het Verhalenfestival in Bibliotheek Eindhoven was mij gevraagd om mijn verhaal Helmut en de struikelsteen voor te lezen. Wauw!

 

 

 

 

Michiel de Ruyter door Alex van Galen

 

Eindelijk wordt de geschiedenis van Nederland op een aantrekkelijke manier in beeld gebracht: met een boek EN een film over zeeheld Michiel de Ruyter, beide geschreven door Alex van Galen.

Ik betrapte mezelf er op dat ik het boek langzaam las, om Michiel langer in leven te houden.

Ik had ontzettend met hem te doen. Zijn tweestrijd om te willen stoppen met oorlog voeren op zee om bij zijn vrouw en kinderen te kunnen zijn. Hij wordt gedreven door de zee en zijn behaalde successen in de oorlog tegen Engeland in de 17e eeuw.

Op een heldere manier wordt verteld hoe Nederland verdeeld was tussen staats- en prinsgezinden. Wat een politiek gedoe was er toen al in Nederland, zeg. In het land dreigt een burgeroorlog én Engeland, Frankrijk en Duitsland willen ons land veroveren. Admiraal Michiel de Ruyter wordt als redder gezien, vooral door de staatsgezinden. De prins van Oranje, Willem, heeft weinig ruggengraat en ziet met lede ogen toe hoe de vrienden van De Ruyter, Johan en Cornelis de Witt, in de volkswoede vermoord worden.

De Ruyter wacht in feite hetzelfde lot. Hij wordt de zee opgestuurd voor zijn laatste missie.

Wanneer hij dodelijk geraakt wordt door grof geschut is zijn laatste gedachte bij zijn vrouw Anna en hun kinderen. Hij streed voor het vaderland.

Nu ik een beeld gevormd heb van de heldhaftige De Ruyter en het vuile spel dat gespeeld werd aan het Binnenhof, ben ik zeer nieuwsgiering geworden naar de film!

 

Elke dag een druppel gif door Wilma Geldof

 

Maarten is elf jaar als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Als NSB-kind is hij het mikpunt van pesterijen. Terwijl zijn oudere broer Walter aan het oostfront vecht, voert Maarten op school zijn eigen kleine oorlog. Dan wordt hij, tot grote trots van zijn vader, toegelaten tot de Reichsschule, een 'Hitlerschool'. Terwijl heel Nederland gebukt gaat onder de verschrikkingen van de nazi's, is Maarten voor het eerst sinds lange tijd weer gelukkig. Maar dan capituleert Duitsland en breekt voor Maarten pas echt de oorlog uit. Als hij negentien jaar is, krijgt hij een relatie met Hanne. Zij is fel anti-nazi en Maarten kan niet langer zwijgen over zijn verleden. Er is iets wat hij als dertienjarige heeft gedaan wat mogelijk grote gevolgen heeft.

 

 

De boekendief     

 

Een echte aanrader in het genre 'oorlogsverhalen' is De Boekendief van Markus Zusak. 'Ze heeft haar hele dood nog voor zich', schrijft hij over een tiener die zojuist overleden is door een bombardement. Hij schrijft zijn verhaal namelijk vanuit de Dood. Dat doet hij op een hele mooie en unieke manier. De Dood 'leeft' namelijk mee met alle mensen die in de Tweede Wereldoorlog het leven lieten, op welke manier dan ook.

Een van de alinea's die mij aangreep is de volgende: 'Wanneer hun lichamen waren opgehouden met het zoeken naar openingen in de deur, stegen hun zielen op. Hun vingernagels hadden aan het hout gekrabd en waren er in sommige gevallen zelfs in vast komen te zitten door de brute kracht der wanhoop, en hun geesten kwamen naar mij toe, regelrecht in mijn armen. We klommen uit die douchefaciliteiten, naar het dak en hoger, de zekere uitgestrektheid van de eeuwigheid tegemoet. Ze bleven maar nieuw werk voor me aanvoeren. Minuut na minuut. Douche na douche. Nooit zal ik die eerste dag in Auschwitz vergeten, of mijn eerste keer in Mauthausen. Op die plek raapte ik ze na verloop van tijd ook op aan de voet van de hoge, steile rots, wanneer het helemaal was misgegaan met hun ontsnappingen. Er lagen gebroken lichamen en dode zachtmoedige harten. Toch was het altijd nog beter dan het gas. Sommigen ving ik op wanneer ze nog maar halverwege waren. Jou heb ik gered, dacht ik dan, terwijl ik hun zielen halverwege hun val in mijn armen nam en de rest van hun wezen- hun fysieke omhulsels- naar de aarde stortte.'

Naast de Dood gaat het boek vooral over Liesel uit Duitsland. In 1939 is ze negen jaar oud. Je leest over haar leven in een pleeggezin, haar beste vriend Rudy, het laten onderduiken van een Joodse man en de grote verliezen die Liesel lijdt.

 

Judith Vissers 10e boek Vreemden in de nacht

 

Tijdens een speciale lezersmiddag in Amsterdam overhandigde Judith Visser -in hoogsteigen persoon-  mij haar tiende boek Vreemden in de nacht. Het speelt zich af in Rotterdam en Rockanje, het dorp waar Judith zelf woont. Haar liefde voor honden is ook te voelen in dit boek.  Wanneer Judith met haar viervoeters over een pikdonker stuk Rockanje wandelt, komen de ideeën voor boekscènes vanzelf. Ze wil verhalen 'net op het randje' laten balanceren. Natuurlijk vallen daarbij ook deze keer weer de nodige slachtoffers. Gedurende het lezen kom je er steeds meer achter wat bepaalde motieven zijn en wat iemand ertoe drijft te doen wat hij doet. Judiths plotwendingen zijn ook bij dit boek weer goed doordacht. Vreemden in de nacht zijn er zowel in 1972/1973 als in 2013, precies 40 jaar later. 'Een mooi rond getal', zegt ze zelf. Waar de titel op slaat kan ik niet uitleggen omdat het teveel van het verhaal weggeeft. Vreemd is in ieder geval de ijselijke gil die elke nacht in het huis van voedingscoach Cassandra klinkt, anno 2013. Waar komt die vandaan en wat is de link met 1973, het jaar waarin Olga haar leventje leidt als kappersassistente en verliefd wordt op een gesjeesde zakenman? Judith switcht vlot van het ene hoofdstuk vroeger naar het volgende hoofdstuk nu. Het leidt helemaal niet af en alles is goed te volgen. Ze eindigt elk hoofdstuk met een mooie cliffhanger. Het grote nadeel daarvan? Je leest het te snel uit. Judith, op naar je volgende boek!

 

 

Judith Visser

Ik wil op 18 april graag jouw 'vreemden in de nacht' ontmoeten omdat ik wel wat 'tegengif' nodig heb na het 'stuk'lezen van je boek 'Zeemansbruid' op mijn 'trip' na het 'oversteken' van de oceaan. Ik heb echt een 'time-out' nodig na het ontmoeten van 'Ysabella' in 'Tinseltown'. 'Hasta la vista' in Amsterdam!

Met deze woorden, waarin ALLE boeken van Judith Visser verwerkt zitten, won ik een kaartje voor de boekpresentatie van haar nieuwste thriller 'Vreemden in de nacht'. Op naar Ambo Anthos Uitgevers in Amsterdam!

 

Eindhovens Dagblad

Schrijfwedstrijd 'Aan zee'.

Voorlezen op basisschool De Vuurvlinder

Artikel schoolkrant boekentips.pdf
PDF – 276,4 KB 301 downloads